Home Agenda Nieuws Foto's Liedteksten Smoelenboek Lid worden & Contact
Shantykoor Landvast

Shantykoor  ·  Alblasserdam  ·  Opgericht 2022

Landvast

Zang  ·  Kameraadschap  ·  Zeemansliederen

Over het koor

Wie zijn wij?

🎵

Zeemansliederen

Shanties, havenliederen en maritieme muziek uit het hart van de Alblasserwaard.

Van traditionele Nederlandse scheepsliederen tot internationale shanties - ons repertoire telt meer dan 60 liedjes. We zingen over de zee, de rivier en het leven langs het water. Elke twee weken oefenen we nieuwe en vertrouwde liedjes.

Klik voor meer ↓

Ons verhaal

Opgericht op 15 april 2022 - geboren uit passie voor zang en de zee.

Met een eerste oefenochtend in april 2022 begon het avontuur. Dankzij de steun van Cultureel Centrum Landvast en de inzet van onze leden groeide het koor naar bijna 30 man sterk. Dirigent Dirk houdt het koor strak aan de lijnen.

Klik voor meer ↓

🤝

Kameraadschap

Meer dan zingen - een hechte gemeenschap van mannen uit de regio.

Of je nu tenor, bariton of bas bent - zangervaring is niet vereist. Alleen enthousiasme telt. Elke twee weken op vrijdagochtend in Cultureel Centrum Landvast. Nieuwsgierig? Kom gewoon een keer kijken!

Klik voor meer ↓

Wie zijn wij

Over Shantykoor Landvast

Shantykoor Landvast is tot stand gekomen met een eerste oefenochtend op 15 april 2022. Een aantal mensen wilde graag gaan zingen — en met veel inzet, en niet in de laatste plaats dankzij de sponsoring vanuit Cultureel Centrum Landvast, is het gelukt.


Veel optredens — voornamelijk geregeld door onze onvermoeibare Jan — helpen mee voor onze bekendheid en ons succes. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door Arie (voorzitter), Ton (secretaris) en Wim (penningmeester). De muzikale begeleiding is in handen van Piet, Frits, Hans en Martin, terwijl zwaaibaas Dirk het koor stuurt.

2022
Opgericht
~30
Leden
15+
Optredens 2026
60+
Liedjes repertoire
Shantykoor Landvast in optreden

Shantykoor Landvast in optreden

Eerstvolgende optreden

Laden...

Planning 2026

Agenda & Optredens

Alle optredens van Shantykoor Landvast in 2026.

📋 Agenda wordt live geladen vanuit Google Sheets — wijzigingen door het bestuur verschijnen hier automatisch.  ·  Wil je ons boeken? →

Laatste berichten

Nieuws van Landvast

Zondag 29 maart 2026 · Nieuws

Meezingmiddag met Shantykoor Landvast

Na het grote succes van afgelopen januari zijn we terug! Vergeet voor een paar uur de zorgen van alledag en zing gezellig mee tijdens onze sfeervolle meezingmiddag.

Onder het motto: "Zingen maakt blij!"

Programma

13:00

Deuren open

13:45 – 17:45

Optredens & meezingen

17:45

Afsluiting

Praktisch

Datum: Zondag 29 maart 2026

Locatie: Landvast, Haven 4, Alblasserdam

Tickets: €10 — beschikbaar aan de receptie van Landvast

Samen met Shantykoor De Brulboei en Viswijvenkoor De Vlietgrieten

Flyer Meezingmiddag 29 maart 2026

Beeldmateriaal

Fotogalerij

Een kijkje achter de schermen en op het podium van Shantykoor Landvast.

Shantykoor Landvast optreden
Shantykoor Landvast optreden
🚢
🎤
🎵
🎼

Foto's worden aangevuld na elk optreden.

Repertoire

Liedteksten

Het volledige repertoire van Shantykoor Landvast. Klik op een lied voor de tekst en de printknop.

Wij gaan hier voor u zingen
Wij zijn het Landvastkoor
Wij brengen u de liedjes
die u vast wel heel graag hoort.

Van een zeeman en van afscheid
van de tranen en gezwaai
En vreugde bij de terugkomst
van de kussen op de kaai

Ook het alledaagse leven
komt voorbij in menig lied
Cafeetjes aan de haven
en van grienden en het riet

Ja, u zult ze vast wel kennen
al die liedjes uit ’t verlee
Dus vragen wij u allen
zing gezellig met ons mee !
intro……………
Straks gaan ze naar de haven…de schepen komen aan
de vloot komt thuis gevaren…hoe zou het met ze gaan
De vrouwen staan te kijken…is hij er ook weer bij

want dan gaan we lekker stappen, gaan
we heerlijk uit ons bol
even weg van alle zorgen en we zingen…..LEVE DE LOL.

Refrein :
C’est la vie…..onze mannen zijn
weer binnen
ga de mijne fijn beminnen    Falderie
C’est la vie…..ik heb er lang van
liggen dromen
dat hij snel terug zou komen Falderie

C’est la vie…..je moet genieten van het leven
want het duurt toch maar heel even Falderie
C’est la vie …..ach zo is het zeemansleven
straks dan zijn ze weer verdwenen
Falderie

Ze staan weer op de kade…..de mannen gaan naar zee
Ze moeten weer gaan varen…..de vrouwen gaan niet mee
Ze roepen naar hun mannen…..komt gauw behouden weer

Want dan gaan we lekker stappen, gaan
we heerlijk uit ons bol
Dan weer weg met alle zorgen en we zingen LEVE DE LOL.

C’est la vie…..onze mannen zijn weer binnen
ga de mijne fijn beminnen Falderie
C’est la vie…..ik heb er lang van liggen dromen
dat hij snel terug zou komen Falderie

C’est la vie…..je moet genieten van het leven
want het duurt toch maar heel even Falderie
C’est la vie …..ach zo is het zeemansleven
straks dan zijn ze weer verdwenen
Falderie

C’est la vie…..jala la la la la la la la la la
C’est la vie…..jala la la la la la la la la la
C’est la vie…..je moet genieten van het leven
want het duurt toch maar heel even Falderie
C’est la vie …..ach zo is het zeemansleven
straks dan zijn ze weer verdwenen
Falderie
Refrein herhalen

Klappen…………..
C’est la vie…..jala la la la la la la la la la
C’est la vie…..jala la la la la la la la la la
C’est la vie…..je moet genieten van het leven
want het duurt toch maar heel even Falderie
C’est la vie …..ach zo is het zeemansleven
straks dan zijn ze weer verdwenen
Falderie
Toen wij van Rotterdam vertrokken, met de "Edam" een ouwe schuit.
Met kakkerlakken in de midscheeps en rattennesten in 't vooruit.
Toen hadden wij een kleine jongen, als ketelbink bij ons aan boord.
Die voor de eerste keer naar zee ging en
nooit van haaien had gehoord.

Let op iets sneller en vrolijker ¾ maat
Die van zijn moeder aan de kade, wat schuchter lachend afscheid nam.
Omdat ie haar niet durfde zoenen, die straatjongen uit Rotterdam.

Hij werd gescholden door de stokers, omdat t’ie van de eerste dag.
Toen wij maar net de pier uit waren, al zeeziek in het "foc-sle" lag.
En met jenever en citroenen, werd hij weer op de been gebracht,
Want zieke zeelui zijn nadelig en brengen schade aan de vracht.

Let op iets sneller en vrolijker ¾ maat
Als ie dan sjouwend met de ketels, van de kombuis naar voren kwam.
Dan was het net een brokkie wanhoop, die straatjongen uit Rotterdam.

Wanneer hij 's avonds in zijn kooi lag
en na zijn sjouwen eind'lijk sliep.
Dan schold de man, die wacht te kooi had, omdat t’ie om zijn moeder riep.
Toen is t’ie op een mooie morgen,
't was in de stille oceaan.
Terwijl ze brulden om hun koffie,
niet van zijn kooi goed opgestaan.

Let op iets sneller en vrolijker ¾ maat
En toen de stuurman met kinine en
wonderolie bij hem kwam.
Vroeg hij een voorschot op zijn gage, voor 't ouwe mens in Rotterdam.

In zeildoek en met rooster baren, werd hij
die dag op 't luik gezet.
De kapitein lichtte zijn petje en sprak
met groc-stem een gebed.
En met een "Een-twee-drie in Godsnaam",
ging 't ketelbinkie over boord.
Die ‘t ouwetje niet dorst te zoenen, omdat
dat niet bij zeelui hoort.

De man een extra mokkie "schoot-an" en 't ouwe mens een telegram.
Dat was het einde van een zeeman, die straatjongen uit Rotterdam
,-,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
Muzikaal intro:
De middagzon scheen op zijn bruine huid
Zijn strohoed was hem veel te groot
Hij sliep lang uit en zag er vredig uit.
Hij had geen huis, alleen een boot.
En zovelen bleven even naar hem kijken
En zovelen hadden graag met hem geruild

Refrein lang:
De oude man en de zee
Daar waar de tijd
Zo traag in eeuwigheid verglijdt
Op hun eiland met de golven mee
De oude man en de zee
Blijven voortaan mij steeds spontaan voor ogen staan
Afscheid nemen viel voor mij niet mee
De oude man en de zee

Muzikaal intermezzo:
De avond bracht ik altijd bij hem door
Zijn wijn en vis was ook voor mij
De oude liedjes zong hij mij dan voor
De avond ging te gauw voorbij
En zijn net was altijd voller dan bij and’ren
Maar de meeste vissen liet hij toch weer vrij

Refrein kort:
De oude man en de zee
Blijven voortaan mij steeds spontaan voor ogen staan
Afscheid nemen viel voor mij niet mee
De oude man en de zee

Muzikaal intermezzo:
De zomersproeten zijn nu van mijn huid
Verbleekt, ze zijn bijna vervaagd
De oude man verdween en ook zijn schuit,
Vergeefs heb ik naar hem gevraagd
Hij was samen met zijn schip in zee verzonken
Want hij bracht voor één keer teveel vissen mee.

Refrein lang:
De oude man en de zeeDaar waar de tijd
Zo traag in eeuwigheid verglijdt
Op hun eiland met de golven mee
De oude man en de zee blijven voortaan
Mij steeds spontaan voor ogen staan
Warm omarmd rusten met zijn twee
De oude man en de zee.
intro muziek:
Aan het strand stil en verlaten, bij het klimmen van de maan.
Ziet men daar een aardig paartje, zeer van weemoed aangedaan.
Liefste ik moet je gaan verlaten, morgen ga ik weer naar zee.

En dan trouw ik als ik thuis kom, hier op Hollands stille ree.
Maar zij spra-k ach liefste mijne,-- spreek zover- niet in ’t verschiet
Want de zee- ligt vol met mijnen,-- en die din-gen zie je niet.

Dobberend op de woeste baren, stuurde hij zijn scheepje voort.
Maar wàt daar opeens gebeurde, een ontploffing werd gehoord.
’t Schip verdween al in de diepte, angstig keek hij om zich heen.

Nergens kon hij redding vinden, mensenlief waar moet dat heen.
Terwijl hij wor-stelt met de golven,-- en de doo-d voor de ogen ziet.
Denkt hij aan- zijn liefste meisje,-- die hij thui-s daar achter liet.

Aan het strand stil en verlaten, ziet men daar een meisje staan.
Die al turend en al smachtend, wacht de komst van hare man.
Hij zal immers wederkeren, hij beloofde haar toch trouw.

En dan krijgt ze zo'n verlangen, word ik toch zijn lieve vrouw.
Maar hij keer-de nimmer weder,-- want de doo-d waard om ons heen.
En zij, keer-de telkens weder,-- aan het stran-d stil en alleen.
Intro muziek :
Sailin’ home across the ocean,
Sailin’ home we’re going to be free.
Down below the crew’s in motion,
to defy the violence of the sea.
Feelin’ young, feelin’ strong,
at the height of the fight,
so nothing can go wrong.
We know we’ll always wanna be,
fightin’the sea.

Giant waves are rollin’ higher,
‘s Gonna be a cold and rainy night.
Hands on deck are raw and tired,
Prayin’ for a sign of distant light.
Feelin’ young, feelin’ strong,
and the might of the night,
is pounding dark and long.
We know we’ll always wanna be,
fighting the sea

Toonsoort G:
But there’s the light,
and there’s the fire.
The harbour key,
shines dimly on the shore.
We can see the steeple spire.
And now we know,
we won the fight once more.

Feelin’ young, feelin’ strong,
and tonight came out right.
Tomorrow could be wrong.
We know we’ll always wanna be,
fighting the sea.

Intermezzo muziek:
Sailin’ home across the ocean,~
Sailin’ home we’re going to be free.
Down below
Koor:
So young. So strong. So hard and long.

Feelin’ young, feelin’ strong,
and tonight came out right.
Tomorrow could be wrong.
We know we’ll always wanna be,
fighting the sea. (4 tellen)
Sailin’ home across the ocean,
Sailin’ home we’re going to be free.
So youn-g. So stron-g. So har-d and lon-g.
Intro muziek :
Refrein:
Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht,
Waar 't vertrouwde huisje altijd op me wacht .
Waar de meeuwen schreeuwen, boven 't golfgedruis,
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.
Waar de klokken luiden, visser kom naar huis,
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.

Ik heb op zee, m'n leven lang gevaren
m'n vissersdorp, ligt aan het Noordzeestrand.
Ik win m'n brood, met varen op de baren
Toch denk ik vaak, m'n rijkdom ligt aan wal.

Refrein:
Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht,
Waar 't vertrouwde huisje altijd op me wacht .
Waar de meeuwen schreeuwen, boven 't golfgedruis,
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.
Waar de klokken luiden, visser kom naar huis,
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.

'k Voel me klein, wanneer de stormen huilen.
In donk're nacht, vis ik voor rijke buit.
Maar voor geen geld ter wereld wil ik ruilen,
m'n vrij bestaan, als koning op m'n schuit.

Refrein:
Waar het lied der branding ruist bij dag en nacht,
Waar 't vertrouwde huisje altijd op me wacht .
Waar de meeuwen schreeuwen, boven 't golfgedruis,
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.
Waar de klokken luiden, visser kom naar huis,
Daar ben ik geboren, daar voel ik me thuis.
Zeeman, laat dat dromen
Denk niet, aan je thuis
Zeeman, wind en golven
roepen, je van huis

Refrein :
jouw verlangen is de zee, en je vrienden zijn
de sterren
Boven Rio en Sjanghai, boven Bali en Hawai
En ze stralen op je schip, en ze lokken je
van verre
Die alleen blijven steeds trouw, een leven lang

Zeeman, laat dat dromen
Denk niet, meer aan mij
Zeeman, want den vreemde
Lokt je, naderbij

Refrein :
jouw verlangen is de zee, en je vrienden
zijn de sterren
Boven Rio en Sjanghai, boven Bali en Hawai
En ze stralen op je schip, en ze lokken je
van verre
Die alleen blijven steeds trouw, een leven lang

Zeeman, laat dat dromen
Denk niet, meer aan mij
Zeeman, want den vreemde
Lokt je, naderbij

Refrein :
jouw verlangen is de zee, en je vrienden zijn
de sterren
Boven Rio en Sjanghai, boven Bali en Hawai
En ze stralen op je schip, en ze lokken je
van verre
Die alleen blijven steeds trouw, een leven lang
Als de blue Peter wordt gehesen
De loods en sleepboot zijn besteld
De trossen worden los gesmeten
Matrozen op hun plaats gebeld
De ruimen worden dichtgeslagen
De ra's weer op hun plaats gebrast
De boeg van d' kade is losgetrokken
Gaan we naar zee op volle kracht.

Refrein:
Wij varen vrij , Over zeeën zo wijd
De wereld ligt open voor ons
Chili, Japan, Madagaskar, Shang-hai
Zon en de zee die ons bronst
Ruimen vol met vracht,
Zeilen we dag en nacht
Naar waar men al op ons wacht,
Wij varen vrij, over zeeën zo wijd
De wereld ligt open voor ons

Elk half uur wordt een glas geslagen
Om twaalf uur schiet men ook de zon
De fokken trekken aan de stagen
Bij schootaan schenkt de captain rom
De stuurman moet zijn koers verleggen
Stuurt het wiel tien graden bak
Met de passaatwind in de zeilen
Vaart ons schip op zijn gemak.

Refrein:
Wij varen vrij , Over zeeën zo wijd
De wereld ligt open voor ons
Chili, Japan, Madagaskar, Shang-hai
Zon en de zee die ons bronst
Ruimen vol met vracht,
Zeilen we dag en nacht
Naar waar men al op ons wacht,
Wij varen vrij, over zeeën zo wijd
De wereld ligt open voor ons

Na maanden weer bij land gekomen
Een loods brengt ons weer veilig in
De zeilen worden vlug geborgen
Bemanning krijgt weer goede zin
Straks gaan ze lekker passagieren,
Geld hebben ze in overvloed
Om drank en vrouwen te versieren
Een zeeman weet hoe of dat moet.

Refrein:
Wij varen vrij , Over zeeën zo wijd
De wereld ligt open voor ons
Chili, Japan, Madagaskar, Shang-hai
Zon en de zee die ons bronst
Ruimen vol met vracht,
Zeilen we dag en nacht
Naar waar men al op ons wacht,
Wij varen vrij, over zeeën zo wijd
De wereld ligt open voor ons
-,-,-,-,-,-,-,-,-,-EINDE-,-,-,-,-,-,-,-
Intro muziek :
Refrein:
Als de klok van Arnemuiden.
Welkom thuis voor ons zal luiden.
Wordt de vreugde soms vermengd
met droefenis,
Als een schip op zee gebleven is.

Wend het roer, we komen thuis gevaren.
Rijk was de buit, maar lang en zwaar de nacht.
Land in zicht en onze ogen staren,
Naar de kust die lokkend op ons wacht.

Refrein:
Als de klok van Arnemuiden.
Welkom thuis voor ons zal luiden.
Wordt de vreugde soms vermengd
met droefenis,
Als een schip op zee gebleven is.

Rijke zee waarvan de vissers dromen,
Want jij geeft brood aan man en vrouw
en kind.
Wrede zee jij hebt zoveel genomen,
In jouw schoot rust menig trouwe vrind.

Refrein Muziek:………………..
Allen
Als de klok van Arnemuiden,
Welkom thuis voor ons zal luiden
Wordt de vreugde soms vermengd
met droefenis,

Als een schip op zee gebleven is.
Als een schip op zee ge-
bleven is.(vertragen)
,-,-,-,-,-,-,- Einde-,-,-,-,-,-,-,-
1e   Refrein 2x      1e keer Acapella
Oh Neeltje Jacoba, met je prachtige kont
Je stevige flanken en je sierlijke front
Jouw hart is van ijzer en je haren van touw
Maar voor mij ben je mooier,
dan de mooiste vrouw.
2e keer met muziek.

Refrein
met muziek.
Oh Neeltje Jacoba, met je prachtige kont
Je stevige flanken en je sierlijke front
Jouw hart is van ijzer en je haren van touw
Maar voor mij ben je mooier,
dan de mooiste vrouw.

chorus 1
Toen ik je zag, zoals je daar lag
Bijna geschikt voor de sloop
Je was mooi gebouwd, men vond je te oud
En lag daar voor weinig te koop
Ik heb toen wat geld bij elkander vergaard
Nu vaar jij weer trots op de binnenvaart

2. Refrein:
Oh Neeltje Jacoba, met je prachtige kont
Je stevige flanken en je sierlijke front
Jouw hart is van ijzer en je haren van touw
Maar voor mij ben je mooier,
dan de mooiste vrouw.

chorus2.
Ik heb je geschuurd, het heeft lang geduurd
En alles geschilderd piekfijn
Je hout weer vernist, nu ben je beslist
Een schoonheid zo prachtig van lijn
Al varen veel schepen ons sneller voorbij
Het kan mij niet schelen, de mooiste ben jij.

3. Refrein:
Oh Neeltje Jacoba, met je prachtige kont
Je stevige flanken en je sierlijke front
Jouw hart is van ijzer en je haren van touw
Maar voor mij ben je mooier,
dan de mooiste vrouw.
-muziek nogmaals-

3. Refrein:
(Muziek) Oh Neeltje Jacoba, met je prachtige kont
(Muziek) Je stevige flanken en je sierlijke front
(met Koor)  Jouw hart is van ijzer en je haren van touw
Maar voor mij ben je mooier, dan de mooiste vrouw
nogmaals …Maar voor mij ben je mooier,
dan de mooiste vrouw.
,-,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,
De avond zon valt over straten en pleinen,
de gouden zon zakt in de stad.
De mensen die moe in hun huizen verdwijnen,
zij hebben de dag weer gehad.

De neonreclame die knipoogt langs ramen,
het motregent zachtjes op straat.
De stad lijkt gestorven toch klinkt er muziek,
uit een deur die nog wijd open staat.

Refrein:
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar zijn de mensen gelijk en tevree.
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.

De toog is van koper, toch ligt er geen loper,
de voetbalclub hangt aan de muur.
De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox,
een pilsje dat is er niet duur.

Een mens is daar mens, rijk of arm,
‘t  is daar warm,
geen “monsieur” of  “madam” maar WC.
Het glas is gespoeld in het helderste water,
Ja ‘t is daar een heel goed café

Refrein:
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar zijn de mensen gelijk en tevree.
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.

De wereld problemen, die zijn tussen twee,
glazen bier opgelost voor altijd.
Op de rand van je bierviltje staat daar je rekening,
of je staat in het krijt.

Het enige dat je aan eten kunt krijgen,
dat is daar een hard gekookt ei.
De mensen die zijn daar gelukkig gewoon,
Ja, de mensen die zijn daar nog blij.

Refrein 1:
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar zijn de mensen gelijk en tevree.
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
Refrein nogmaals:

Refrein 2:
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar zijn de mensen gelijk en tevree.
Daar in dat kleine café aan de haven.
Vertragen:
Daar telt je geld - of - wie je bent - niet- meer - mee.
Refrein:
Tabe ouwe reus, helaas is je einde gekomen.
Je zal nu voor de laatste keer,
de haven binnen stomen.
Tabe, ouwe reus, je mag het heus wel weten.
Dat ieder die jou heeft bemand,
je nimmer zal vergeten.

Je was een mooi zeewaardig schip,
geen storm heeft je ooit kunnen
derenSteeds kwam je na een zware
trip, weer aan de kade meren.
Nu raak je echter uit de tijd de
reder gaat jou nu verkopen
Er zit voor hem niets anders op,
dan jou te laten slopen.

Refrein:
Tabe ouwe reus, helaas is je einde gekomen.
Je zal nu voor de laatste keer,
de haven binnen stomen.
Tabe, ouwe reus, je mag het heus wel weten.
Dat ieder die jou heeft bemand,
je nimmer zal vergeten.

Je was een erg gelukkig schip,
Want zelfs in de moeilijkste jaren.
Ontkwam je toch weer ied’re keer,
Aan ernstige gevaren.
Je bracht soms rare vrachten mee,
Dat zullen we echt niet vertellen.
Maar later bracht je minder weg,
De jaren gingen tellen.

Refrein:
Tabe ouwe reus, helaas is je einde gekomen.
Je zal nu voor de laatste keer,
de haven binnen stomen.
Tabe, ouwe reus, je mag het heus wel weten.
Dat ieder die jou heeft bemand,
je nimmer zal vergeten.
Refrein nogmaals:

Refrein:
Tabe ouwe reus, helaas is je einde gekomen.
Je zal nu voor de laatste keer,
de haven binnen stomen.
Tabe, ouwe reus, je mag het heus wel weten.
Dat ieder die jou heeft bemand,
je nimmer zal vergeten.
,-,-,-,-,-,-,-,- Einde-,-,-,-,-,-,-,-,-
Jij wou een zeeman en ik werd een zeeman
Al hield ik dan niet van de zee.
Jij wou me sterk zien en hard aan het werk zien.
In armoe had jij geen idee.
Jij wilde weelde wist ik dat je speelde
met mij en mijn liefde voor jou.
Jij wilde sparen, en ik moest gaan varen.
Dat deed ik alleen maar voor jou.

Refrein:
Als ik op zee was, ging jij aan de zwier
Als ik op zee was, dan had jij plezier
Als ik op zee was, ging jij aan de drank
Verbraste mijn spaargeld, dat stond op de bank.

Jij schreef me brieven bijzondere lieve
Met 'jongen hou vol doe je best.
Ik werkte bezeten geen tijd om te eten
Wist ik dat ik zwaar werd geflest.
K' dacht steeds aan later daar ginds op het water
Ik droomde van jou in mijn huis.
En mijn beloning geen vrouw en geen woning
Want jij was geen avond meer thuis.

Refrein:
Als ik op zee was,ging jij aan de zwier
Als ik op zee was, dan had jij plezier
Als ik op zee was, ging jij aan de drank
Verbraste mijn spaargeld, dat stond op de bank.

Eens toen ik thuis kwam en gauw naar ons huis kwam.
Mijn schip was dit keer iets te vroeg.
Vond ik mijn boekie 't lag leeg in een hoekie
En jij zat vanouds in de kroeg.
Jij keek al glazig, beneveld en wazig
En schommelde vreemd op je kruk
Je noemde me Henkie en ik heet Jan WilIem.
En toen was mijn droomwereld stuk.

Muzikaal t hele refrein:
koor zingt zacht : la la la laa laa , la la la la laa enz…4x….
Nog 1x Als ik op zee was, ging jij aan de zwier
Als ik op zee was, dan had jij plezier
Als ik op zee was, ging jij aan de drank
Verbraste mijn spaargeld, dat stond op de bank
Verbraste mijn spaargeld, dat stond op de bank(4 tellen aanhouden)
,-,-,-,-,-,-,-,-,-, Einde,-,-,-,-,-,-,-,-,-,-,-
Vissers vertellen verhalen van toen
Honderden jaren gelee.
Woeste orkanen verzwolgen hun stad,
Trokken haar mee onder zee.
Vissers die zitten tot laat op het strand,
Knopen de netten met zekere hand.
Toch denken zij aan die tijd van weleer,
Toen deze stad nog bestond.
Schepen en vissers zij keerden steeds weer,
Totdat de zee hen verslond.

Bas: 	Geesten en spoken die leven nog voort,
Tenor: 	In de verhalen die je dan hoort,
Bas: 	Stormklokken luiden en angstige kreten
Tenor: 	Is er nog leven, wie zal het ooit weten
Allen:	Maar de zeelui, oud en wijs,
Geven hun geheim niet prijs.
Omdat het water koud en kil,
Ook hen zal nemen als hij wil.

Niemand van ons heeft de stad ooit gezien,
Toch heeft zij eens echt bestaan.
Zo vele jaren die gingen voorbij,
Sinds dat de stad is vergaan.
Schuimende golven die teist’ren de kust,
Maar vissers kennen de zee,
Zij weten wat dr’op de zeebodem rust,
Dragen het geheim met zich mee.

Steeds zachter zingen :
Lai – lai – lai – lai – lai – lai – lai – lai – lai - lai
Lai – lai – lai – lai – lai – lai – lai – lai – lai – lai
,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
M’n lief ik moet scheiden, ik moet weer naar zee.
M’n schip ligt te wachten, daar ginds op de ree.
Ik moet weer gaan varen, dat zit in m’n bloed.
Adieu dan m’n liefste, tabé, ’t gaat je goed.
Refrein:
Tabé, tabé, zo is het zeemans leven
Tabé, tabé, tabé ik kies weer zee.

Ik hou van de golven, de zon en de wind.
Ik hou van de ruimte en ’n vrouw die me mint.
Maar ‘k hou niet van tranen, dus droog ze maar vlug.
Je weet toch m’n liefste, ik kom weer terug.
Refrein:
Tabé, tabé, zo is het zeemans leven
Tabé, tabé, tabé ik kies weer zee.

Muzikaal intermezzo:
Ik hou van de golven, de zon en de wind.
Ik hou van de ruimte en ’n vrouw die me mint.
Maar ‘k hou niet van tranen, dus droog ze maar vlug.
Je weet toch m’n liefste, ik kom weer terug.
Refrein:
Tabé, tabé, zo is het zeemans leven
Tabé, tabé, tabé ik kies weer zee.

M’n lief ik zal schrijven, schrijf jij ook naar mij?
Dan lijkt er de scheiding, veel vlugger voorbij.
Zelfs simpele woorden, die geven vaak moed.
Adieu dan m’n liefste, tabé, ’t gaat je goed.
Refrein:
Tabé, tabé, zo is het zeemans leven
Tabé, tabé, tabé ik kies weer zee.
Refrein nogmaals met petjes af:

Petjes af !!
Refrein:
Tabé, tabé, zo is het zeemans leven
Tabé, tabé, tabé ik kies weer zee.
,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-,-,
Huilende sirene'n een schip gaat in zee
En wuivend op de kade huilt een meisje mee
Haar jongen gaat varen hij staat op de brug
Over zes jaren keer ik weer bij jouw terug

Refrein:
Zacht:
Hoor je het ruisen der golven
Hoor je het lied van de zee
Aanzwellen:
Vaar met me mee om de wereld m'n kind
Kom kus me en ga met me mee
Vaar met me mee om de wereld m'n kind
Kom kus me en ga met me mee.

Zes jaren verstreken het schip kwam nooit weer
Het ging ten onder de matroos kwam nimmer meer
Het meisje zij wacht nog haar hart vol verdriet
En in de verte hoort ze af en toe dit lied.

Refrein:
Zacht:
Hoor je het ruisen der golven
Hoor je het lied van de zee
Aanzwellen:
Vaar met me mee om de wereld m'n kind
Kom kus me en ga met me mee
Vaar met me mee om de wereld m'n kind
Kom kus me en ga met me mee.

Muzikaal intermezzo :
Hoor je het ruisen der golven
Hoor je het lied van de zee
Vaar met me mee om de wereld m'n kind
Kom kus me en ga met me mee
Vaar met me mee om de wereld m'n kind
Kom kus me en ga met me mee.
Wij zijn zeerovers en de schrik der zee.
Hele schepen vol met goud voeren wij mee.
Geen politie, geen douane,
die bij ons aan boord ooit kwamen,
als we wilden lagen ze weer gauw in zee.

Refrein:
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ayay yippie, ay ay yippie
Aay ay yippie yippie yee

De bemanning van ons scheepje is niet groot.
Toch verslaan wij met gemak een hele vloot.
Want een kaper telt voor honderd,
en als ons kanon dan dondert,
zit de vijand ook figuurlijk in de boot.

Refrein:
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ayay yippie, ay ay yippie
Aay ay yippie yippie yee

De kap'tein die heeft een eikenhouten been.
Met een ingelegde wit ivoren teen.
En op zondag Ioopt de ouwe,
met een gouden been te sjouwen,
dat ie 's morgens netjes oppoetst met een zeem

Refrein:
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ayay yippie, ay ay yippie
Aay ay yippie yippie yee

En zo varen wij maar in het zilte nat.
Tot een schip komt en dan enteren wij dat.
En dan na zo'n heerlijk bloedbad,
eerst een slokje uit het rum vat,
want een droge keel die wil ook wel eens wat.

Refrein:
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ayay yippie, ay ay yippie
Aay ay yippie yippie yee
Refrein nogmaals:

Refrein:
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ay ay yippie yippie yee
Zing ik ayay yippie, ay ay yippie
Aay ay yippie yippie yee
Refrein:
Op de sluizen van IJmuiden heb ik jou vaarwel gekust.
Op dat plekje bij de haven stelde jij mij weer gerust.
'k Kon mijn tranen niet bedwingen, afscheid nemen deed ons zeer.
Op de sluizen van IJmuiden, daar zien wij elkander weer

Het leven is mooi maar het noodlot is wreed,
Als je van elkander moet scheiden.
Je ziet in de ogen dan droefheid en leed,
Je hart voelt de smart van het lijden.
Dan kijk je elkander nog eventjes aan,
En fluistert bewogen: Ja nu moet ik gaan.
't Was alles zo mooi, maar voorbij weer zo gauw
En ik, ik hou van jou.

Refrein:
Op de sluizen van IJmuiden heb ik jou vaarwel gekust.
Op dat plekje bij de haven stelde jij mij weer gerust.
'k Kon mijn tranen niet bedwingen, afscheid nemen deed ons zeer.
Op de sluizen van IJmuiden, daar zien wij elkander weer

Vaak zie ik je staan als een droom in de nacht,
Om je heen de ruisende bomen.
Dan hoor ik je stem weer heel ver en heel zacht,
'Tot ziens, ik zal spoedig weer komen.
Dan weet ik. Je draagt het wel dapper, oprecht.
Maar wat je wou zeggen, dat werd niet gezegd,
Want ach je verdween weer zo haastig, zo gauw,
En ik, ik hou van jou.

Muziek intermezzo + Koor Neuriën:
Op de sluizen van IJmuiden, Heb ik jou vaarwel gekust.
Op dat plekje bij de haven, Stelde jij mij weer gerust.
Nu weer zingen :
‘k Kon mijn tranen niet bedwingen,Afscheid nemen deed ons zeer.
Op de sluizen van IJmuiden,Daar zien wij elkander weer
Refrein:
(zacht) 	In de maneschijn,Dansen golfjes klein
En de stromen gaan en komen
aanzwellen	Windje ruist er zacht,
Tovert sprookjespracht
In het Biesboschland bij nacht.
Muzikaal Intermezzo:

Stil glijdt zijn scheepje,
Tussen de grienden en riet.
Als iedereen slapen gaat,
Slaapt deze visser niet.
Hij werpt zijn netten,
Neuriet een mooie wijs.
Voelt zich als een koning want,
Daar is zijn paradijs.

Refrein:
(zacht) 	In de maneschijn,Dansen golfjes klein
En de stromen gaan en komen
aanzwellen	Windje ruist er zacht,
Tovert sprookjespracht
In het Biesboschland bij nacht.
Muzikaal Intermezzo:

Als hij gaat rusten,
Sluimerend in het riet.
Dan zingen rondom hem heen,
Vogeltjes nog hun lied.
Onder zijn huifje,
Droomt hij van vrouw en kind.
Die hij als een Biesboschman,
Daar ook nog steeds bemind.

Refrein:
(zacht) 	In de maneschijn,Dansen golfjes klein
En de stromen gaan en komen
aanzwellen	Windje ruist er zacht,
Tovert sprookjespracht
In het Biesboschland bij nacht.
Muzikaal Intermezzo:

Als hij dan thuis vaart,
Ziet hij zijn huisje staan.
Daar komen zijn kindertjes,
Die hem dan tegen gaan.
Hij is gelukkig,
Zacht streelt zijn ruwe hand.
En ’s avonds vertelt hij weer,
Over zijn Biesboschland

Refrein:
(zacht) 	In de maneschijn,Dansen golfjes klein
En de stromen gaan en komen
aanzwellen	Windje ruist er zacht,
Tovert sprookjespracht
In het Biesboschland bij nacht.
Refrein:
Zie ik de lichtjes van de Schelde
Dan gaat m’n hart wat sneller slaan
Ik weet dat jij op mij zal wachten
En dat je aan de kaai zult staan
Zie ik de lichtjes van de Schelde
Is ’t of ik in je ogen kijk
Die zo heel veel liefs vertellen
Dan ben ik als een prins zo rijk

Solo………….
De tijd zit erop en we varen naar huis
Het duurt nog maar enkele weken
Een paar keer op wacht en dan kom ik weer thuis
Dan zullen w’elkander weer spreken
Dus, dit is de laatste brief die ik je schrijf
Kijk ’s avonds maar goed in de krant
Dan weet je precies waar ik ben en ik blijf
Voordat ik weer t’rug kom in ’t land

Refrein:
Zie ik de lichtjes van de Schelde
Dan gaat m’n hart wat sneller slaan
Ik weet dat jij op mij zal wachten
En dat je aan de kaai zult staan
Zie ik de lichtjes van de Schelde
Is ’t of ik in je ogen kijk
Die zo heel veel liefs vertellen
Dan ben ik als een prins zo rijk

Solo………….
Je weet wel m’n schat, dat ik veel van je hou
Dat hoef ik je niet te verklaren
Een zeeman is dol op z’n kroost en z’n vrouw
Maar toch moet hij altijd weer varen
En heeft soms de zee iets verkeerd met me voor
En krijg ik voorgoed averij
Denk dan aan de kind’ren en sla je erdoor
Maar spreek hen dan dikwijls van mij. (vertragen)

Muzikaal intermezzo: koor la la la
Zie ik de lichtjes van de Schelde
Dan gaat m’n hart wat sneller slaan
Ik weet dat jij op mij zal wachten
En dat je aan de kaai zult staan
koor	:	Zie ik de lichtjes van de Schelde
is ’t of ik in je ogen kijk
Die zo heel veel liefs vertellen
Dan ben ik als een prins zo rijk aanhouden
,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-,-
´K ging met je mee in Rotterdam
Toen ik van zee in Holland kwam
Ik dacht alleen het is maar spel
´n Zee-manshart vergeet zo snel
Ik dacht alleen het is maar spel
´n Zee-manshart vergeet zo snel

Nog zie ik je staan in Rotterdam
Voel nog je traan toen je afscheid nam
Ik dacht nog steeds het is maar spel ´n
Zee-manshart vergeet zo snel
Ik dacht nog steeds het is maar spel
´n Zee-manshart vergeet zo snel

M´n schip zwierf rond langs vreemde kust
Maar nergens vond mijn hart nog rust
Ik dacht niet meer het is maar spel
´n Zee-manshart vergeet zo snel
Ik dacht niet meer het is maar spel
´n Zee-manshart vergeet zo snel

Ik kom te-rug te-rug bij jou
dan word je vlug m´n lieve vrouw
Ik weet het nu 	ik weet het nu
het is geen spel	het is geen spel
´n Zee-manshart vergeet niet snel
Ik weet het nu		ik weet het nu
het is geen spel	het is geen spel
´n Zee-manshart vergeet niet snel
,-,-,-,-,-,-,-, Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-
Refrein:
Op ‘n zeemansgraf staan nooit eens rode rozen
Op ’n zeemansgraf staat zelfs geen houten kruis
Niemand weet dus wie ’n rustplaats heeft gekozen
Op die stille plek zo mijlen ver van huis

Varen, varen, altijd maar varen,
Dat is het zeemansleven.
Varen, varen, ondanks gevaren,
Daar wil hij alles voor geven.
En mocht z’n schip in ’n storm vergaan
Ver van de veilige kust..
Zal op z’n graf nooit ’n teken staan,
Dat ons vertelt wie daar rust.

Refrein:
Op ‘n zeemansgraf staan nooit eens rode rozen
Op ’n zeemansgraf staat zelfs geen houten kruis
Niemand weet dus wie ’n rustplaats heeft gekozen
Op die stille plek zo mijlen ver van huis

Varen, varen, al duurt t jaren,
Niets kan ’n zeeman deren.
Varen, varen, over de baren,
Daar wil hij alles riskeren.
Hij krijgt van niemand ’n erelint
Al doet hij meer dan z’n plicht..
En als hij ’n graf in de golven vindt,
Weet men niet eens waar hij ligt.

Op een zeemansgraf staan nooit eens rode rozen
Op ’n zeemansgraf staat zelfs geen houten kruis
Niemand weet dus wie ’n rustplaats heeft gekozen
Op die stille plek zo mijlen ver van huis
Niemand weet dus wie ’n rustplaats heeft gekozen
Op die stille plek zo mijlen ver van huis
,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-,-
Refrein:
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn
De maten waren dronken en ook de kapitein
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn.

Solo:
Ik weet nog goed hoe ze uit Rotterdam vertrokken,
Die ouwe schuit zat boordevol met alcohol
En ze hebben met z'n allen nog staan zwaaien,
En nu zijn ze met z'n allen naar de haaien.
Maar ze wisten wat er in de sterren staat,
Dat een drankschuit vroeg of laat ten onder gaat.(Allen)

Refrein:
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn
De maten waren dronken en ook de kapitein
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn.

Solo :
Ik zit nog vaak in dat cafeetje aan de haven,
En stel me voor hoe het aan boord moet zijn
geweest. Ja ze zaten met z'n allen aan de jajem,
En verdwenen met z'n allen in de majem.
Maar ze wisten wat er in de sterren staat,
Dat een drankschuit vroeg of laat ten onder gaat.(Allen)

Refrein:
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn
De maten waren dronken en ook de kapitein
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn.

Solo:
Dus als ook jij een keer op zee zou willen varen
Kijk dan goed uit met de bemanning van die
schuit. Want met de drank begint ook altijd het
gedonder, Zo sta je boven, en zo lig je er weer
onder.
Maar ook jij weet wat er in de sterren staat,
Dat een drankschuit vroeg of laat ten onder gaat.(Allen)

Muzikaal refrein:
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn
De maten waren dronken en ook de kapitein
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn.
Refrein:
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn
De maten waren dronken en ook de kapitein
Er is een schip gezonken, vol bier en brandewijn.
,-,-,-,-,-,-,-,- Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-,-,
Als de morgenzon de haven langzaam verlicht
Staat een vrouw op de kade haar blik op de zee gericht
En je ziet hoe ze urenlang naar de horizon staart
In de hoop dat ze straks het schip van haar man ontwaard
Solo: En ze fluistert:

Refrein:
(zacht)
Zeeman, zeeman kom weer naar huis
Zeeman hier is toch je thuis , Oh Oh
(Aanzwellen)
zeeman zeeman kom weer naar huis
Zeeman hier is toch je thuis.
Muzikaal intermezzo:

Als de avond valt en het werk aan boord is gedaan
Zie je daar in het avondrood een zeeman staan
En hij staart over het water en denkt aan z’n vrouw en z’n kind
In gedachten hoort hij hun stemmen in de wind.

Refrein:
Zeeman, zeeman kom weer naar huis
Zeeman hier is toch je thuis, Oh Oh
zeeman zeeman kom weer naar huis
Zeeman hier is toch je thuis.

Muziek intro
Refrein:
Zeeman, zeeman kom weer naar huis
Zeeman hier is toch je thuis, Oh Oh
zeeman zeeman kom weer naar huis
Zeeman hier is toch je thuis.

Refrein:
Zeeman, zeeman kom weer naar huis
Zeeman hier is toch je thuis, Oh Oh
zeeman zeeman kom weer naar huis
Zeeman.. hier….is ..toch… je …thuis.  Vertragen                              .
eindigen met intro muziek
,-,-,-,-,-,-,-,-, Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-
Aan d'oever van de IJssel staat een veerhuis
Daar woond' een meisje, Greetje is haar naam
2e stem
U zult haar daar helaas niet meer ontmoeten
Want Amor heeft ook hier zijn werk gedaan
U zult haar daar helaas niet meer ontmoeten Want Amor heeft ook hier zijn werk gedaan

De hele dag voer zij de mensen over
Zij deed haar werk met opgewekt gezicht
2e stem
Haar held’re lach klonk vrolijk over’t water
En iedereen hield van dat lieve wicht
Haar held’re lach klonk vrolijk over’t water
En iedereen hield van dat lieve wicht

Een schipper die geregeld daar voorbij voer
Heeft met zijn liefd’ het blonde kind bekoord
2e stem
Op zeek’re dag liet hij het anker vallen
En nam zijn Greet voor altijd mee aan boord Op zeek’re dag liet hij het anker vallen
En nam zijn Greet voor altijd mee aan boord

Nu vaart ze blij met hem langs verre kusten
Zij nam voor altijd afscheid van de pont
In 't veerhuis woont sindsdien een ander meisje
Dat wacht tot ook voor haar een schipper komt
In 't veerhuis woont sindsdien een ander meisje
Dat wacht tot ook voor haar een schipper komt
,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
Refrein:
Mijn vissersmeisje, kom maak een reisje.
Zing bij dit wijsje, een blij refrein.
Het vissersleven, zal vreugde geven.
Kom wendt de steven, 't zal heerlijk zijn.

Stap in niet langer dralen,
Want we steken van wal.
In 't licht der manestralen,
Wat de vangst wezen zal.
Trek stevig aan de touwtjes,
Haal weer de netten in,
dra ben je 'n vissersvrouwtje,
Is dat wel naar je zin?

Refrein:
Mijn vissersmeisje, kom maak een reisje.
Zing bij dit wijsje, een blij refrein.
Het vissersleven, zal vreugde geven.
Kom wendt de steven, 't zal heerlijk zijn.

O, hoor, de golfjes kabb'len,
Tegen slagzijde aan.
Zo gaat ook door jouw babb'len,
Vol gloed mijn harte slaan.
Stuur naar de oever henen,
Zit naast mij in het zand.
Zing ik als een sirene,
Voor jou alleen aan 't strand.

Refrein:
Mijn vissersmeisje, kom maak een reisje.
Zing bij dit wijsje, een blij refrein.
Het vissersleven, zal vreugde geven.
Kom wendt de steven, 't zal heerlijk zijn.

Aan boord zijn nu de netten,
Zie de vissen vol glans.
Die spart'lend zich verzetten,
Met hun zilv-ren dans.
Kijk eens daar in de hoge,
Sterren in lichte nacht.
Blauw als je mooie ogen,
Waar steeds mijn hart naar smacht.

Refrein:
Mijn vissersmeisje, kom maak een reisje.
Zing bij dit wijsje, een blij refrein.
Het vissersleven, zal vreugde geven.
Kom wendt de steven, 't zal heerlijk zijn.
Wanneer je eens komt aan de haven,
Dan staan daar de vissers bijeen.
De mannen nog over gebleven,
Uit jaren zo heel lang gelee.
Ze praten nog steeds over vroeger,
De jaren van hun Zuiderzee.
Die zee maakt hun soms wel eens droevig,
Om wat hij met hun vrienden dee.

Refrein:
De Zuiderzee nam vele levens,
De Zuiderzee gaf veel terug.
De vissers kenden alle tekens.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.

Wanneer je eens komt bij de haven,
Stap dan bij een visser aan boord.
Naar je naam zal hij meestal niet vragen,
Maar hij neemt dan meestal het woord.
Zijn verhaal gaat nog steeds over vroeger,
De jaren van zijn Zuiderzee.
Die zee maakt hem soms wel eens droevig,
Om wat hij met zijn vrienden dee.

Refrein:
De Zuiderzee nam vele levens,
De Zuiderzee gaf veel terug.
De vissers kenden alle tekens.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.

Door armoe gedreven, bleef men veel te lang op zee.
Veel zijn er gebleven, hun schip ging naar bené,
Veel zijn er gebleven, hun schip ging naar bené.

Muzikaal refrein Koor neurieën :
De Zuiderzee nam vele levens,
De Zuiderzee gaf veel terug.
De vissers kenden alle tekens.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.
Refrein nogmaals:

Refrein:
De Zuiderzee nam vele levens,
De Zuiderzee gaf veel terug.
De vissers kenden alle tekens.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.
Wanneer er storm op stak, zag men dat aan de lucht.
,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
Tenoren:The ship is sailing down the bay
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:We may not meet for many a day
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:My heart will ever more be true
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:Though(dow) now we sadly say adieu
Koor: 	goodbye my lover goodbye

Refrein Allen:
Bylow my baby, Bylow my baby
Bylow my baby, goodbye my lover goodbye

Tenoren:’ll miss you on the stormy deep
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:What can I do but ever weep
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:My heart is broken with regret
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:But never dream that I’ll forget
Koor: 	goodbye my lover goodbye

Refrein Allen:
Bylow my baby, Bylow my baby
Bylow my baby, goodbye my lover goodbye

Tenoren:Then cheer up till we meet again
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:’ll try to bear my weary pain
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:Though far I roam across the sea
Koor: 	goodbye my lover goodbye
Tenoren:My every thought of you shall be
Koor: 	goodbye my lover goodbye

Refrein Allen:
Bylow my baby, Bylow my baby
Bylow my baby, goodbye my lover goodbye
Bylow my baby, Bylow my baby
Bylow my baby, goodbye my lover goodbye
(zacht)
It’s time to go now
Haul away your anchor
Haul away your anchor
It’s our sailing time.
Get some sail upon her
Haul away your halyard(s)
Haul away your halyard(s)
It’s our sailing time.

Get her on her course now
Haul away your foresheet(s)
Haul away your foresheet(s)
It’s our sailing time.
Waves are breaking under
Haul away down-channel
Haul away down-channel
On the evening tide.

(zacht)
When my time is over
Haul away for Heaven
Haul away for Heaven
God is at my side.
It’s time to go now
Haul away your anchor
Haul away your anchor
It’s our sailing time.

,-,-,-,-,-,-,-,- Einde ,-,-,-,-,-,-,-
Refrein:
Heel ya ho boys; let her go, boys
Swing her head round, now all together
Hill ya ho, boys, let her go, boys
Sailing homeward to Mingulay.
Muzikaal intermezzo :

(Zacht)
What care we though, white the Minch is.
What care we for wind or weather
Swing her head round, every inch is
Sailing homeward to Mingulay

Refrein:
Heel ya ho boys; let her go, boys
Swing her head round, now all together
Hill ya ho, boys, let her go, boys
Sailing homeward to Mingulay.
Muzikaal intermezzo :

(Zacht)
Wives are waiting, by the quaside,
They’ve been waiting since break of day-o
Swing her head round, every inch is
Sailing homeward to Mingulay

Refrein:
Heel ya ho boys; let her go, boys
Swing her head round, now all together
Hill ya ho, boys, let her go, boys
Sailing homeward to Mingulay.
Muzikaal intermezzo :

When the wind is wild and shouting
And the waves are for ever higher
Anxious eyes turn forever seaward
To see us home boys to Mingulay

Refrein:
Heel ya ho boys; let her go, boys
Swing her head round, now all together
Hill ya ho, boys, let her go, boys
Sailing homeward to Mingulay.

Refrein:
Heel ya ho boys; let her go, boys
Swing her head round, now all together
Hill ya ho, boys, let her go, boys
Sailing homeward to Mingulay. Vertragen
,-,-,-,-,-,-,-,-, Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
Refrein:
Als de Zuidwester loeit
Kan ik des ’s nachts niet slapen
Dan lig ik te denken aan de vissers ginds op zee
Die voor het dagelijks bestaan hun leven wagen
In donkere nachten ver verwijderd van de ree

Refrein:
Ik zie in mijn gedachten hoe ze strijden menig uur
Aan boord van kleine schepen
Als een speelbal der natuur
Als de Zuidwester loeit
Kan ik des ’s nachts niet slapen
Dan bid ik in stilte voor de vissers ginds op zee.

Een visser moet varen,dat is zijn beroep
In duizend gevaren, volgt hij steeds de roep
De ziedende golven verschaffen hem brood
Waarvoor hij moet vechten op leven en dood.

Refrein:
Als de Zuidwester loeit
Kan ik des ’s nachts niet slapen
Dan lig ik te denken aan de vissers ginds op zee
Die voor het dagelijks bestaan hun leven wagen
In donkere nachten ver verwijderd van de ree

Refrein:
Ik zie in mijn gedachten hoe ze strijden menig uur
Aan boord van kleine schepen
Als een speelbal der natuur
Als de Zuidwester loeit
Kan ik des ’s nachts niet slapen
Dan bid ik in stilte voor de vissers ginds op zee.

De tijd is gekomen,hij vaart weer naar huis
Nog eventjes stomen,en hij is weer thuis
De zee heeft gegeven,de vangst was niet slecht
Ja zo is het leven voor visser en knecht.

Refrein:
Als de Zuidwester loeit
Kan ik des ’s nachts niet slapen
Dan lig ik te denken aan de vissers ginds op zee
Die voor het dagelijks bestaan hun leven wagen
In donkere nachten ver verwijderd van de ree

Refrein:
Ik zie in mijn gedachten hoe ze strijden menig uur
Aan boord van kleine schepen
Als een speelbal der natuur
Als de Zuidwester loeit
Kan ik des ’s nachts niet slapen
Dan bid ik in stilte voor de vissers ginds op zee.
,-,-,-,-,-,-,-,-,-,-, Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
Bassen:
Als op Capri de rode zon weer in zee verzinkt
en de maansikkel zilv’rig bleek aan de hemel blinkt
Tenoren:
Gaan de vissers van Capri met snelle boten uit
Leggen netten in zee en hopen op rijke buit

Allen
Slechts de sterren geleiden hen aan het firmament,
Met hun beelden ,die elke visser al heel lang kent
En van boot tot boot dit oude lied weerklinkt
Hoor van ver ……..Hoe het klinkt.

Refrein :
Bella bella bella marie
slechts voor jou zing ik mijn droom melodie
Bella bella bella Marie
Vergeet mij niet.

Golven van de zee dragen het weer mee
En zij komen dansend met hun lichte last vanuit het
verschiet.
Ergens aan het strand, rustend in het zand
Zitten de geliefden stil te luis’tren naar hun lied.

Bassen:
Als op Capri de rode zon weer in zee verzinkt
en de maansikkel zilv’rig bleek aan de hemel blinkt
Tenoren:
Gaan de vissers van Capri met snelle boten uit
Leggen netten in zee en hopen op rijke buit

Allen
Slechts de sterren geleiden hen aan het firmament
Met hun beelden ,die elke visser al heel lang kent
En van boot tot boot dit oude lied weerklinkt
Hoor van ver ……..Hoe het klinkt.

Muzikaal refrein :
la la la la la la  enz ,……………    4x
refrein :
Bella bella bella marie
slechts voor jou zing ik mijn droom melodie
Bella bella bella Marie
Vergeet mij niet
,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
Refrein:
Meisje, ik ben een zeeman
Een zeeman is heel vaak van huis
Meisje, ik ben een zeeman
't Water, 't schip is m'n thuis

Meisje, ik ben een zeeman
Kun je wel wachten, zo'n lange tijd
Ik ga je voor heel lang verlaten
Veel geluk, het ga je goed m'n lieve meid
.

Een zeeman dwaalt over de kade
Verdrietig kijkt hij om zich heen
Morgen dan gaat hij weer varen
Z'n meisje is dan weer alleen

Hij droomt alle dagen en nachten
Houdt zij het zonder mij uit
Maanden moet zij op me wachten
Verdrietig staart hij voor zich uit

Refrein:
Meisje, ik ben een zeeman
Een zeeman is heel vaak van huis
Meisje, ik ben een zeeman
't Water, 't schip is m'n thuis

Meisje, ik ben een zeeman
Kun je wel wachten, zo'n lange tijd
Ik ga je voor heel lang verlaten
Veel geluk, het ga je goed m'n lieve meid
.

Na maanden van werken en wachten
Keert hij met zijn schip weer terug
Vergeten de dagen en nachten
Dat hij aan haar dacht op de brug

Zij staat op de kade te wachten
En wuift als zij hem daar ziet staan
nooit was zij uit zijn gedachten
zacht:
Hij fluistert heel zachtjes haar naam.

Refrein:
Meisje, ik ben een zeeman
Een zeeman is heel vaak van huis
Meisje, ik ben een zeeman
't Water, 't schip is m'n thuis

Meisje, ik ben een zeeman
Kun je wel wachten, zo'n lange tijd
Ik ga je voor heel lang verlaten
Veel geluk, het ga je goed m'n lieve meid
Hierna nog een stukje refrein!
.

Refrein-
Ik ga je voor heel lang verlaten
Veel geluk, het ga je goed m'n lieve meid.
einde
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
Anchors aweigh, my boys
Anchors aweigh
Farewell to college-joys
We sail at break of day-day-day-day!
Thru our last night on shore
Drink to the foam
Until we meet once more
Here´s wishing you a happy voyage home.
Muzikaal intermezzo: ……………!!!!

Get under way, Navy
Decks cleared for the fray
We´ll hoist true Navy Blue
So Army down your Grey-ey-ey-ey
Full speed ahead, Navy
Army, heave to
Furl Black and Grey and Gold
And hoist the Navy, hoist the Navy Blue.
Muzikaal intermezzo: !!!!!!!!!

Stand Navy down the field
Sail to the sky
We´ll never change our course
So Army you steer shy-y-y-y
Roll up the score, Navy
Anchors aweigh
Sail Navy down the field
And sink the Army, sink the army grey
Aus der Sonne des Morgens
Er schei-nen die Se-gel
Und tau-chen in’s Grün und A-zur
Ihre Kiele zerteilen
Die kämme der Wo-gen
Und zie-hen eine schäu-mende Spur.

Refrein:
Die Windjammer kom-men,
Und bringen das Fern-weh
zurück Sie segeln vor-ü-ber
Und unsere Träu-men nehmen sie mit
Die Windjammer kom-men
Sie tragen die Frei-heit an bord
wie flüchtige Wol-ken
So weht der Wind sie,
viel zu bald, schon-- wieder fort

Die Gewalten der Meere,
Die mächte des Him-mels
Sie for-dern sie wie-der her-aus
Eine endlose Reise von Hafen zu Ha-fen
Auf der ganzen Welt sind- sie zu Haus

Refrein:
Die Windjammer kom-men,
Und bringen das Fern-weh
zurück Sie segeln vor-ü-ber
Und unsere Träu-men nehmen sie mit
Die Windjammer kom-men
Sie tragen die Frei-heit an bord
wie flüchtige Wol-ken
So weht der Wind sie,
viel zu bald, schon-- wieder fort

Muzikaal intermezzo + koor neurien:
Die Windjammer kom-men,
Und bringen das Fern-weh zurück
Sie segeln vor-ü-ber
Und unsere Träu-men nehmen sie mit
Die Windjammer kom-men
Sie tragen die Frei-heit an
bord, wie flüchtige Wol-ken
So weht der Wind sie,
viel zu bald, schon- wieder fort
Now is the hour.
When we must say goodbye.
Soon you´ll be sailing,
Far across the sea.
(Zacht)
While you´re away
Oh, then, remember me.
When you return,
You´ll find me, waiting here.

Muzikaal intermezzo + koor neuriën:
While you´re away
Oh, then, remember me.
When you return,
You´ll find me waiting here.
Now is the hour.
When we must say goodbye.
Soon you´ll be sailing,
Far across the sea.

(zacht)
While you´re away,
Oh, then, remember me.
When you return,
You´ll find me, waiting here.
West-zuid-west van Ameland, daar ligt een kolkje diep.
Daar vangt men schol en schellevis, maar mooie meisjes niet.
Refrein:
Hoog is de zolder, laag t's de vloer.
Mooi is 't meisje, maar lelijk is d'r moer.

Hoog, hoog,hoog, ja hoog, de ballast die is droog
Maar onder op de grond, de grond, is hij zo nat als stront !!
Refrein:
Hoog is de zolder, laag t's de vloer.
Mooi is 't meisje, maar lelijk is d'r moer.

Toen 'k laatst van Suriname kwam, zag ik van ver een schip.
lk dacht dat't aan de wolken hing, maar het zat op een klip.
Refrein:
Hoog is de zolder, laag t's de vloer.
Mooi is 't meisje, maar lelijk is d'r moer

En op die klip daar zat een koe, een wonderbare koe.
Die alle maanden kalven moest, zij was er naar aan toe
Refrein:
Hoog is de zolder, laag t's de vloer.
Mooi is 't meisje, maar lelijk is d'r moer.

Het was een vruchtbaar jaar dat iaar, het was een vruchtbaar jaar.
Dat alle vrouwen kraamden, en hij de vader waar!
Refrein:
Hoog is de zolder, laag t's de vloer.
Mooi is 't meisje, maar lelijk is d'r moer.

Dit is het einde van dit lied, een lied zonder moraal.
Maar als u straks, naar huis toegaat, dan zingen we allemaal.

Refrein:
Hoog is de zolder, laag ts de vloer.
Mooi is't meisje, maar lelijk is d'r moer
Hoog is de zolder, laag is de vloer.
Mooi is't meisje maar lelijk is d'r moervertragen
,-,-,-,-,-,-,-,-,-, Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-,-
Steeds zie ik in gedachten weer mijn Mary,
Vloekend en vechtend gelijk_ een man.
Overal waar ze kwam schopte ze herrie,
Ze kon zeilen_ zoals nu nog_ niemand kan.
Ze heette Bloody Mary, en was de schrik der zee.
Dus drink op Bloody Mary en op alles wat ze dee

Waar haar schip verscheen was ’t erg gauw knokken
En niemand ontsnapte levend,_ aan ’t gevecht.
Beloningen konden helaas geen mens meer lokken,
Want een ieder_ was aan ’t leven_ meer gehecht.
Ze heette Bloody Mary, en was de schrik der zee.
Dus drink op Bloody Mary en op alles wat ze dee

Muziek Intermezzo:
Maar op zeek’re dag, ’t was net na ’t eten,
Viel Mary overboord en ging_ toen heen.
Ze kon niet zwemmen, dat was ze vergeten.
Daarom zonk ze_ naar de diepte_ gelijk een steen.

Dat was dan Bloody Mary, ze was de schrik der zee.
Dus drink op Bloody Mary en op alles wat ze dee....
Dat was dan Bloody Mary, ze was de schrik der zee.
Dus drink op Bloody Mary en op alles wat ze dee....
,-,-,-,-,-,-,-,- Einde-,-,-,-,-,-,-,-
I've been a wild rover for many's the year
I've spent all me money on whiskey and beer
But now I'm returning with gold in great store
And I never will play the wild rover no more
refrein:
And it's No, Nay, never,(klap-klap-klap-klap)
No, nay never no more
Will I play the wild rover,
No never no more

I went in to an alehouse I used to frequent
And I told the landlady me money was spent
I asked her for credit, she answered me nay
Such a customer as you I can have any day
Refrein:
And it's No, Nay, never,(klap-klap-klap-klap)
No, nay never no more
Will I play the wild rover,
No never no more

I took up from my pocket,ten sovereigns bright
And the landlady's eyes opened wide with delight
She says I have whiskeys and wines of the best
And the words that you told me were only in jest
Refrein:
And it's No, Nay, never,(klap-klap-klap-klap)
No, nay never no more
Will I play the wild rover,
No never no more

I'll go home to my parents, confess what I've done
And I'll ask them to pardon their prodigal son
And, when they've caressed me as oft times before
I never will play the wild rover no more
refrain 2x :

Refrein1:
And it's No, Nay, never,(klap-klap-klap-klap)
No, nay never no more
Will I play the wild rover,
No never no more
2      And it's No, Nay, never,(klap-klap-klap-klap)
No, nay never no more
Will I play the wild rover,
No never no more vertragen
In Brighton daar stond een kroeg bij de poort, vervallen, een ding uit een droom.
Nog altijd wordt hier de legende gehoord, rond de kroeg, met de Lans en de Kroon.
De kastelein was O’Connell, de Ier, die schonk er zijn whisky en gin.
Zijn bier was zo bitter als gal van een stier, maar de whisky die ging er best ih—hin

Refrein:
In de kroeg van O’Connell, de Ier,
had iedere zeeman plezier.
Een meid aan je arm en de drank hield je warm.
In de kroeg van O’Connell, de Ier.
In de kroeg van O’Connell, de Ier,
had iedere zeeman plezier.
Een meid aan je arm en de drank hield je warm.
In de kroeg van O’Connell, de Ier.
tussenspel

In de kamers boven de kroeg was het koud,
het spookte daar werd er verteld.
Want Mackey MacLean had ‘t zelf gezien,
toen hij boven een fles had besteld.
Hij viel met z’n dronken kop naar benee,
een grijns op z’n schunnige bek.
De zware plavuizen, ze vielen niet mee,
en die val kostte Mackey z’n ne-hek

Refrein:
In de kroeg van O’Connell, de Ier,
had iedere zeeman plezier.
Een meid aan je arm en de drank hield je warm.
In de kroeg van O’Connell, de Ier.
In de kroeg van O’Connell, de Ier,
had iedere zeeman plezier.
Een meid aan je arm en de drank hield je warm.
In de kroeg van O’Connell, de Ier.
tussenspel

Kom je in Brighton, vraag dan naar die kroeg, aan de muur hing een Lans en een Kroon.
Men zal het je wijzen, ’t is vlak bij de poort, en men spreekt op eerbiedige toon.
Want ’t was eens de kroeg van O’Connell, de Ier, hij is al zo’n honderd jaar dood.
Hij dronk als een gek en was sterk als een stier, en dee alles wat God hem verbo-hood

Refrein:
In de kroeg van O’Connell, de Ier,
had iedere zeeman plezier.
Een meid aan je arm en de drank hield je warm.
In de kroeg van O’Connell, de Ier.

In de kroeg van O’Connell, de Ier,
had iedere zeeman plezier.
Een meid aan je arm en de drank hield je warm.
In de kroeg van O’Connell, de Ier.
+++einde+++
Solo: 	Varen is mijn leven
Allen: 	Hij heeft nooit anders willen doen
Solo: 	Me met water omgeven
Allen: 	Hij voelt zich rijk op z’n galjoen
Solo: 	Met bollende zeilen
Allen: 	stuwen we voort met volle kracht

Solo: 	Door te kijken naar de hemel bij een 			sterrennacht bepalen wij de koers
Allen: 	En we kijken naar de hemel bij een 				sterrennacht zo blijven wij op koers
Solo: 	Niets houdt mij tegen
Allen: 	Een landrot is ie nooit geweest
Solo: 	De oceaan een zegen
Allen: 	Met ons te varen is ’n feest

Solo: 	Hoor de krijsende meeuwen
Allen: 	Ze dansen sierlijk op de wind
Solo: 	En het zit in mijn bloed en het doet me 			goed ’ t is de zee die naar mij roept
Allen: 	Het zit in zijn bloed en het doet ‘m 				goed ’t is de zee die naar hem roept

Tenor  Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek
dicht het schip, kalefateren met touw en pek
bassenDoor de mannen van de kaai is de klus 		  	    geklaard de Santiano vaart
Tenor Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek
dicht het schip, kalefateren met touw en pek
BassenDoor de mannen van de kaai is de klus 	  	 	    geklaard de Santiano vaart

Muzikaal intermezzo :
Solo: 	Het schip onderhouwen
Allen: 	En iedereen die zwoegt en zweet
Solo: 	Het opschieten van touwen
Allen: 	Nog even en we zijn gereed
Solo: 	Dan lichten we het anker
Allen: 	En hijsen alle zeilen op

Solo: Het zit in mijn bloed en het doet me goed
’t is de zee die naar mij roept
Allen: Het zit in zijn bloed en het doet ‘m goed
’t is de zee die naar hem roept

Tenor  Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek
dicht het schip, kalefateren met touw en pek
bassenDoor de mannen van de kaai is de klus 		  	    geklaard de Santiano vaart
Tenor Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek
dicht het schip, kalefateren met touw en pek
BassenDoor de mannen van de kaai is de klus 	  	 	    geklaard de Santiano vaart
Alle hens in de kajuit, stampen wij het zeegat uit.
Negen knopen slaat de klok, maatje reef de helmstok.
Geef de kluiverboom 'n zwiep, want je steekt zes glazen diep.

Refrein :
schuif maar aan			Dein maar mee
Schuif maar aan-		en dein maar mee
op de golven van de zee
Op de golven-			van de zee
ouwe nipper met je klipper
ouwe nipper- 			met je klipper
en je glaasje- schipperbitter
en je gla-asje-			schipperbitter

Kap de zeilen, roef in top, gijp het zwaard en ruim het sop.
Hijs de mast en puts de loef, veeg het anker, vier de schroef.
Kruiken open, luiken dicht, als je straks voor Pampus ligt.

Refrein :
schuif maar aan			Dein maar mee
Schuif maar aan-		en dein maar mee
op de golven van de zee
Op de golven-			van de zee
ouwe nipper met je klipper
ouwe nipper- 			met je klipper
en je glaasje- schipperbitter
en je gla-asje-			schipperbitter

Foei, hoe suffig staat gij daar, zijt gij niet voor zessen klaar.
Wakkere jongens, stoere binken, maar de schuit begint te zinken.
Komt er in de krant te staan, schip met man en kruik vergaan.

Refrein :
schuif maar aan			Dein maar mee
Schuif maar aan-		en dein maar mee
op de golven van de zee
Op de golven-			van de zee
ouwe nipper met je klipper
ouwe nipper- 			met je klipper
en je glaasje- schipperbitter
en je gla-asje-			schipperbitter
Nogmaals Refrein:

Refrein :
schuif maar aan			Dein maar mee
Schuif maar aan-		en dein maar mee
op de golven van de zee
Op de golven-			van de zee
ouwe nipper met je klipper
ouwe nipper- 			met je klipper
en je glaasje- schipperbitter
en je gla-ha-ha -haasje			schipperbitter
,-,-,-,-,-,-,-,- Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-
Op de pieren bij de haven.
Staan de vrouwen saam gedromd.
En ze turen in de verte.
Maar hun stemmen zijn verstomd.
Want de zee vroeg weer haar losgeld.
Wie zij nam dat wist zij niet.
Ze dompelt al die vrouwen.
In ellende en verdriet

Refrein:
Zeeman, o zeeman, ga toch niet weer heen.
Zeeman, o zeeman, laat ons niet alleen.
Zeeman, o zeeman, toch ga je steeds weer mee
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee.
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee.

Op de schepen in de verte.
Werken mannen eensgezind.
Namen afscheid van hun huisje.
En verlieten vrouw en kind.
Maar geen tijd daaraan te denken.
Want hun werk gaat al maar door.
Zij dromen van hun vrouwen.
En zij luistren naar hun koor.

Refrein:
Zeeman, o zeeman, ga toch niet weer heen.
Zeeman, o zeeman, laat ons niet alleen.
Zeeman, o zeeman, toch ga je steeds weer mee
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee.
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee.

Muzikaal couplet , koor neuriën:
Refrein:
Zeeman, o zeeman, ga toch niet weer heen.
Zeeman, o zeeman, laat ons niet alleen.
Zeeman, o zeeman, toch ga je steeds weer mee
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee.
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee.
,-,-,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-,-,-
(Intro:   8 tellen)
1: Deze zee_, die ik zo vaak bevaren heb
Zee van tranen_, liefste zee van overvloed en eb
Deze zee_, is mij zo vaak te hoog gegaan
Maar wat zij deed_, ik kon haar nooit weerstaan.

2: Ieder licht_, dat mij dichtbij de haven bracht
Bleek een schip_, passerend in de koude donkere nacht
In de ochtend_, hees ik dan mijn zeilen weer
Deze zee_, werd mooier_elke keer.

Hoe vaak vond ik niet aan land, vaste waarde vaste grond
Likte zij niet het zout_, van mijn ogen en mijn mond
Hoe vaak dacht ik niet_,  dat d’aarde mij veranderen kon
Terwijl ik droomde_, van een blauwe horizon.

Deze zee_, hoe vaak heb ik haar niet vervloekt
Zij is anders_, dan datgeen waar iedereen naar zoekt
Maar op haar golven, ben ik altijd dichtbij mij
Deze zee, deze zee_, ben jij!

Hoe vaak vond ik niet aan land, vaste waarde vaste grond
Likte zij niet het zout_, van mijn ogen en mijn mond
Hoe vaak dacht ik niet_, dat d’aarde mij veranderen kon
Terwijl ik droomde_, van jouw  blauwe horizon.         Intermezzo……

Intermezzo…………………………………………
Hoe vaak vond ik niet aan land, vaste waarde vaste grond
Likte zij niet het zout_, van mijn ogen en mijn mond
Deze zee, waarvan ik alleen de diepte ken
Weet dat ik_, voorgoed haar zeeman ben
Deze zee, die leeft in mij_, dat ben jij!
Hij liep maandenlang op de keien
En de toekomst bood hem geen bestaan
Z'n oudjes, die hadden 't amper
Dus, zo'n leegloper was niks gedaan
Hij meldde zich als k'loniaal aan
't Was uit wanhoop, en zette z'n poot
Ze wuifden hem na van de kade
En hij neuriede droef op de boot

Refrein:
Ver van alles waarvan ik heb gehouden
Zwerf ik nu rond in alle eenzaamheid
Die ik heb liefgehad, zal ik nooit meer aanschouwen
Vergeet mij niet, en denk van tijd tot tijd
'n ogenblik aan mij, die in de vreemde lijdt

Hij was driekwart oud en versleten
Toen men hem z'n pensioentje aanbood
Toen kwam hij terecht in de kampong
Want z'n oudjes, die waren lang dood

Refrein:
Ver van alles waarvan ik heb gehouden
Zwerf ik nu rond in alle eenzaamheid
Die ik heb liefgehad, zal ik nooit meer aanschouwen
Vergeet mij niet, en denk van tijd tot tijd
'n ogenblik aan mij, die in de vreemde lijdt

Z'n meid was getrouwd met een ander
Dus, gebroken was iedere band
Toch zingt hij nog bij de herin'ring
Aan z'n oudjes, z'n meid en z’n land

Refrein:
Ver van alles waarvan ik heb gehouden
Zwerf ik nu rond in alle eenzaamheid
Die ik heb liefgehad, zal ik nooit meer aanschouwen
Vergeet mij niet, en denk van tijd tot tijd
'n ogenblik aan mij, die in de vreemde lijdt
KOOR REFREIN:
Junge komm’bald wieder, bald wieder nach Haus
Junge fahr nie wieder, nie wieder hinaus
Ich mach’mir Sorgen, Sorgen um dich
Denk auch an Morgen, denk auch an mich
Junge komm bald wieder, bald wieder nach Haus
Junge fahr nie wieder, nie wieder hinaus

SOLO:
Wohin die Seefahrt mich im Leben trieb
Ich weiss noch heute was mir Mutter schrieb
In jedem Hafen kam ein Brief an Bord
Und immer schrieb sie: “Bleib nicht so lange fort”

KOOR REFREIN:
Junge komm’bald wieder, bald wieder nach Haus
Junge fahr nie wieder, nie wieder hinaus
Ich mach’mir Sorgen, Sorgen um dich
Denk auch an Morgen, denk auch an mich
Junge komm bald wieder, bald wieder nach Haus
Junge fahr nie wieder, nie wieder hinaus

SOLO:
Ich weiss noch wie die erste Fahrt verlief
Ich schlich mich heimlich fort, als Mutter schlief
Als sie erwachte, war ich auf dem Meer
Im ersten Brief stand: “Komm doch bald wieder her”

SOLO + KOOR NEURIEN:
Junge komm bald wieder, bald wieder nach Haus
Junge fahr nie wieder, nie wieder hinaus
KOOR:
Ich mach’mir Sorgen, Sorgen um dich
Denk auch an Morgen, denk auch an mich
Junge komm’bald wieder, bald wieder nach Haus
Junge fahr nie wieder, nie wieder hinaus
Refrein:
Rolling home, rolling home, rolling home across the sea.
Rolling home to dear old England.
Rolling home, dear land, to thee.

Call all hands to man the capstan
See the cable run down clear
Heave, away and with a will boys
For Old England, we will steer
And we'll sing in joyful chorus
In the watches of the night
And we'll sight the shores of England
When the grey dawn brings the light.

Refrein:
Rolling home, rolling home, rolling home across the sea.
Rolling home to dear old England.
Rolling home, dear land, to thee.

Many thousand miles behind us
Many thousand miles before
Ancient ocean have to waft us
To the well-remembered shore
Cheer up Jack, bright smiles await you
From the fairest of the fair
And here loving eyes will greet you
With kind welcomes everywhere.

Refrein:
Rolling home, rolling home, rolling home across the sea.
Rolling home to dear old England.
Rolling home, dear land, to thee.

Eastward, eastward ever eastwards
To the rising of the sun
We have steered ever eastward
Since our voyage has begun
Off Cape Horn on a winters morning
Setting sails in ice of snow
We could hear the shell-backs calling :
Hoist away and let her go.	(Harder)

Refrein:
Rolling home, rolling home, rolling home across the sea.
Rolling home to dear old England.
Rolling home, dear land, to thee.
John Brown was skipper on a Yankee
clipper ship
John Brown was skipper on a Yankee
clipper ship
John Brown was skipper on a Yankee
clipper ship
As we go rolling home.

Refrein:
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
As we go rolling home

John Brown's daughter is a maiden
so I'm told
Her fingers decked with diamonds
and her toes are decked with gold
John Brown's daughter is a
maiden so I'm told
As we go rolling home

Refrein:
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
As we go rolling home

John Brown's daughter got a bunion
on her toes
John Brown's daughter got a
wart upon her nose
John Brown's daughter got a bunion
on her toes
As we go rolling home

Refrein:
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
As we go rolling home

John Brown's daughter is a
Yankee Doodle Doo
Her bow is fat, her stern is fat and so her anchor's too
John Brown's daughter is a
Yankee Doodle Doo
As we go rolling home

Refrein:
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
As we go rolling home

Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
Glory, glory, hallelujah
As we go rolling home
(vertragen)
,-,-,- Einde ,-,-
Solo:	Ik ben de allerbeste kok ,
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Mijn pannen lekken als een slof,
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Met pruimtabak dicht ik het gat
Zo blijft m’n soepje lekker nat(vertragen)

Refrein:
Joep hai die, Joep hai da
Rum is goed voor de cholera
Joep hai die, Joep hai da
Joep hai die, hai da

Solo:	Ik zorg goed voor de proviand
koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Daar is soms iets meer aan de hand
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Zo steek ik dan op mijn gemak
Wat extra centjes in m’n zak.(vertragen)

Refrein:
Joep hai die, Joep hai da
Rum is goed voor de cholera
Joep hai die, Joep hai da
Joep hai die, hai da

Solo:	En als ik 's morgens vroeg op sta
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Met koffie naar de mannen ga
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Die is zo sterk, da's niet gezond
Ze krijgen blaren in hun mond(vertragen)

Refrein:
Joep hai die, Joep hai da
Rum is goed voor de cholera
Joep hai die, Joep hai da
Joep hai die, hai da

Solo:	En als ik 's morgens vroeg op sta
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Met koffie naar de mannen ga
koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Die is zo sterk, da's niet gezond
Ze krijgen blaren in hun mond(vertragen)

Refrein:
Joep hai die, Joep hai da
Rum is goed voor de cholera
Joep hai die, Joep hai da
Joep hai die, hai da

Solo:	Rum zit in een houten vat
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	Ik wordt wel eens een beetje zat
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	De kapitein die drinkt het meest
Dan wordt hij erger dan een						beest(vertragen

Refrein:
Joep hai die, Joep hai da
Rum is goed voor de cholera
Joep hai die, Joep hai da
Joep hai die, hai da

Solo:	Hij zet ons in een lange rij
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	De polonaise zij aan zij
Koor:	Joep hai die, Joep hai da
Solo:	We krijgen dan een houten kop
Maar 's morgens moeten we weer 				vroeg op(vertragen)

Refrein:
Joep hai die, Joep hai da
Rum is goed voor de cholera
Joep hai die, Joep hai da
Joep hai die, hai da
De Hollanders houden van water en wind
Van zeelucht en woelige baren
De zee is een plaats waar men ons altijd vindt
Wij kennen geen angst voor gevaren
Matrozen en stuurlui zijn heus niet zo mal
Die staan in ons Hollandje niet aan de wal.

Refrein:
Een zeeman houdt van varen, ahoy, ahoy, ahoy
Van dob-bren op de baren, ahoy, ahoy, ahoy
Een meisjeshart vergeet hij niet
En hij zingt graag een vrolijk lied
Een zeeman houdt van varen, ahoy, ahoy, ahoy.

Hij heeft 't is bekend, haast in iedere stad
Het één of het andere meisje.
De foto's, ze hangen van iedere schat
Als behang in z'n hut in een lijstje
Want wil hij weer weg, neemt hij kloek een besluit
En vaart hij weer lachende het zeegat uit.

Refrein:
Een zeeman houdt van varen, ahoy, ahoy, ahoy
Van dob-bren op de baren, ahoy, ahoy, ahoy
Een meisjeshart vergeet hij niet
En hij zingt graag een vrolijk lied
Een zeeman houdt van varen, ahoy, ahoy, ahoy.

Muzikaal intermezzo , koor neuriën:

Refrein:
Een zeeman houdt van varen, ahoy, ahoy, ahoy
Van dob-bren op de baren, ahoy, ahoy, ahoy
Een meisjeshart vergeet hij niet
En hij zingt graag een vrolijk lied
Een zeeman houdt van varen, ahoy, ahoy, ahoy.
La bella Lola, dat mooie meisje
La bella Lola, die mooie vrouw
Labella Lola, wacht op de kade
La bella Lola, staat in de kou.

1e tenoren
Refrein:
hij ging naar zee			heel lang gelee
Hij ging naar zee,		heel lang gelee
Ze staat te wachten, en in gedachten, ziet zij hem staan.
zij mocht niet mee		met hem naar zee
Zij mocht niet mee, 	met hem naar zee.
Alleen een foto en de herinnering, die draagt zij mee.

Muzikaal Intermezzo :
La bella Lola, staat op de kade,
La bella Lola, tuurt over zee
Wacht op haar liefde, die bella Lola
Eens nam een schip haar zeeman mee

1e tenoren
Refrein:
hij ging naar zee		heel lang gelee
Hij ging naar zee,		heel lang gelee
Ze staat te wachten, en in gedachten, ziet zij hem staan.
zij mocht niet mee		met hem naar zee
Zij mocht niet mee, 	met hem naar zee.
Alleen een foto en de herinnering, die draagt zij mee.

Muzikaal intermezzo:
La bella Lola, staat op de kade.
La bella Lola, ze heeft verdriet
Verloor in 't leven, al wat ze lief had
Maar haar zeeman vergeet ze niet.

1e tenoren
Refrein:
hij ging naar zee		heel lang gelee
Hij ging naar zee,		heel lang gelee
Ze staat te wachten, en in gedachten, ziet zij hem staan.
Zij mocht niet mee	met hem naar zee
Zij mocht niet mee, 	met hem naar zee.
Alleen een foto en de herinnering, die draagt zij mee.

1e tenoren
Refrein:
hij ging naar zee		heel lang gelee
Hij ging naar zee,		heel lang gelee
Alleen een foto en de herinnering, die draagt zij mee.(vertragen)
Solo:
Ginds aan de kade liggen de schepen
klaar voor de lange reis.
Tussen de wolken, boven het water,
meeuwen met hun gekrijs.
Hoog aan de reling staat een matroos,
hij zwaait met z’n hand.
Zijn huis is een schip, hij was al te lang aan land.

Refrein:
Zo gaat het leven op de kade,
Aan de havens van Rotterdam.
Komen de schepen, volgeladen,
In de havens van Rotterdam.
Zo zal het blijven boten en water,
Aan de kaai van mooi Rotterdam.
Zo is het nu en zo is het later,
’T is toch de trots van ons Rotterdam.

Solo:
Zacht huilt een moeder, zij blijft alleen.
haar zoon gaat voor ’t eerst naar zee.
Zo gaat het leven daar aan de kade,
een leven van wel en wee.
Een accordeon speelt, een scheepstoeter klinkt,
het anker wordt gelicht.
Een zakdoek, een groet, een traan op een meisjesgezicht.

Refrein:
Zo gaat het leven op de kade,
Aan de havens van Rotterdam.
Komen de schepen, volgeladen,
In de havens van Rotterdam.
Zo zal het blijven boten en water,
Aan de kaai van mooi Rotterdam.
Zo is het nu en zo is het later,
’T is toch de trots van ons Rotterdam.

Solo:
Heel in de verte komt weer een schip.
de loods legt hem veilig aan.
Kranen als torens, hoog in de wolken,
met kracht van hier ver vandaan.
Een stoere matroos groet z’n vrouw met een kus.
hij gaat weer aan boord.
’T zal maanden gaan duren, dat zij weer iets van hem hoort.

Refrein:
Zo gaat het leven op de kade,
Aan de havens van Rotterdam.
Komen de schepen, volgeladen,
In de havens van Rotterdam.
Zo zal het blijven boten en water,
Aan de kaai van mooi Rotterdam.
Zo is het nu en zo is het later,
’T is toch de trots van ons Rotterdam.

Tenoren: 		bassen:
Rotterdam		Rotterdam
Tenoren: 		bassen:
Rotterdam		Rotterdam
instrumentaaltje:
Tenoren: 		bassen:
Rotterdam		Rotterdam
Tenoren: 		bassen:
Rotterdam		Rotterdam
instrumentaaltje:

Tenoren: 		bassen:
Rotterdam		Rotterdam
Tenoren: 		bassen:
Rotterdam		Rotterdam
instrumentaaltje:
Zo is het nu en zo is later
‘T is toch de trots van ons Rotterdam (vertragen)
Als de klok van Arnemuiden.
Welkom thuis voor ons zal luiden.
Wordt de vreugde soms vermengd met droefenis.
Als een schip op zee gebleven is.

Op ‘n zeemansgraf staan nooit eens rode rozen
Op ’n zeemansgraf staat zelfs geen houten kruis
Niemand weet dus wie ’n rustplaats heeft gekozen
Op die stille plek zo mijlen ver van huis

(zacht)
Hoor je het ruisen der golven,
Hoor je het lied van de zee
(aanzwellen)
Vaar met me mee om de wereld m’n kind
Kom kus me en ga met me mee
Vaar met me mee om de wereld m'n kind
Kom kus me en ga met me mee.

´K ging met je mee in Rotterdam
Toen ik van zee in Holland kwam
Ik dacht alleen het is maar spel
´n zee-manshart vergeet zo snel
Ik dacht alleen het is maar spel
´n zee-manshart vergeet zo snel

Zeeman, o zeeman, ga toch niet weer heen.
Zeeman, o zeeman, laat ons niet alleen.
Zeeman, o zeeman, toch ga je steeds weer mee.
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee.
Niets kan jou weerhouden, o, jij held der zee

Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar zijn de mensen gelijk en tevree.
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.

De avond zon valt over straten en pleinen,
de gouden zon zakt in de stad.
De mensen die moe in hun huizen verdwijnen,
zij hebben de dag weer gehad.
De neonreclame die knipoogt langs ramen,
het motregent zachtjes op straat.
De stad lijkt gestorven toch klinkt er muziek
uit een deur die nog wijd open staat

Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar zijn de mensen gelijk en tevree.
Daar in dat kleine café aan de haven.
Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.
(vertragen)
Bora Bora hey….
Bora Bora in Tahiti ee,
Bora Bora in Tahiti ee

Als ich nach Bora Bora_kam
Bora in Tahiti ee
und mir den Strand als Zimmer_nahm,
Bora in Tahiti ee
streckte ich meine Beine_aus,
Bora in Tahiti ee
fühlte mich wie zu_Haus.
Bora in Tahiti ee

Palmen und Blüten um mich_her,
Bora in Tahiti ee
klar wie Kristall das blaue_Meer,
Bora in Tahiti ee
ein Vogel sang im Mango_baum
Bora in Tahiti ee
alles war wie ein_Traum.
Bora in Tahiti ee

(hard) 	Bora Bora Hey,
(zacht) 	Bora Bora in Tahiti ee
mein Paradies im Sommerwind,
wo alle Menschen glücklich sind
(hard) 	Bora Bora Hey,
(zacht)	Bora Bora in Tahiti ee
wo Allen gleich die Sonne scheint
ist Jeder des Anderen Freund

Bora Bora in Tahiti ee
Bora Bora in Tahiti ee
Zehntausend Meilen von zu_Haus
Bora in Tahiti ee
brach dann bei mir das Heimweh_aus,
Bora in Tahiti ee
Ich denk´ noch heut´ mein Herz zer_springt
Bora in Tahiti ee
wenn dieses Lied er_klingt.
Bora in Tahiti ee

(hard) 	Bora Bora Hey,
(zacht) 	Bora Bora in Tahiti ee
mein Paradies im Sommerwind,
wo alle Menschen glücklich sind
(hard) 	Bora Bora Hey,
(zacht)	Bora Bora in Tahiti ee
wo Allen gleich die Sonne scheint
ist Jeder des Anderen Freund

Bora Bora in Tahiti ee
Bora Bora in Tahiti ee
Bora Bora in Tahiti ee
Bora Bora in Tahiti ee,
TA – HI – TI – EE (Hard)
Als jochie zwierf ik door de haven
Ik wilde zo graag mee naar zee.
Bij iedere boot ging ik vragen
Oh zeeman neem mij met je mee.
Refrein:
Zeeman, zeeman, oh zeeman neem mij met je mee naar zee.
Zeeman, zeeman oh zeeman neem mij met je mee.

Mijn vader die heb ik verloren
Hij was jarenlang kapitein.
Maar is nooit van zee teruggekomen
Toch wil ik als hij zeeman zijn.
Refrein:
Zeeman, zeeman, oh zeeman neem mij met je mee naar zee.
Zeeman, zeeman oh zeeman neem mij met je mee.

Ik moet voor mijn moeder gaan zorgen
Al heeft ze niet graag dat ik ga.
Ze houdt haar verdriet goed verborgen
Oh zeeman zeg alsjeblieft ja.
Refrein:
Zeeman, zeeman, oh zeeman neem mij met je mee naar zee.
Zeeman, zeeman oh zeeman neem mij met je mee.

Ik zal op de boot keihard werken
Zodat ik de reis goed volbreng.
En zal telkens weer laten merken
Dat ik echt een zeemanszoon ben.
Refrein:
Zeeman, zeeman, oh zeeman neem mij met je mee naar zee.
Zeeman, zeeman oh zeeman neem mij met je mee.

Muzikaal intermezzo van couplet:
Refrein:
Zeeman, zeeman, oh zeeman neem mij met je mee naar zee.
Zeeman, zeeman oh zeeman neem mij met je mee.
Wanneer ik weer eens last krijg van de kriebels,
dan weet mijn vrouw, hij wil terug naar zee.
Wat heeft het dan voor zin te zitten klagen,
een zeeman wil toch altijd weer naar zee.
Ja-Ja-Ja.

Refrein:
Laat- -me lekker gaan ........weer naar de zee,
eens- -kom ik terug ............weer op de ree.
wil toch weer de zee bevaren,
voel me daar het meest tevree

Wat heb je aan een man die zit te kniezen,
zijn hart dat trekt toch altijd weer naar zee.
Maar als we weer de haven binnen varen,
dan zijn we weer gelukkig met z'n twee
Ja-Ja-Ja.

Refrein:
Laat- -me lekker gaan ........weer naar de zee,
eens- -kom ik terug ............weer op de ree.
wil toch weer de zee bevaren,
voel me daar het meest tevree

Je moet je echt geen zorgen zitten maken,
het varen zit nu eenmaal in m'n bloed.
Maar als ik weer de loopplank af kom lopen,
dan is het ook bij jou weer fijn en goed. Ja-Ja-Ja.

Refrein:
Laat- -me lekker gaan ........weer naar de zee,
eens- -kom ik terug ............weer op de ree.
wil toch weer de zee bevaren,
voel me daar het meest tevree
4 tellen rust:
Nogmaals Refrein :

Refrein:
Laat- -me lekker gaan ........weer naar de zee,
eens- -kom ik terug ............weer op de ree.
wil toch weer de zee bevaren,
voel me daar het meest tevree
voel me daar het meest tevree(vertragen)
Zij stonden aan de waterkant
Hij drukte zacht haar bleke hand
Van verre loeide de sirene
Geheel door droefheid overmand
Zij dacht hoe 't wijde watervlak
Het allermooiste in haar brak
Bewond'rend keek zij op tot hem
En sprak vol droefenis met tranen in haar stem

Refrein:
Och waarom gaan wij voorgoed van elkander
Jij weet niet hoe ik in stilte lijd.
Want in mijn leven komt nooit meer een ander
En ik blijf hier in mijn eenzaamheid

Refrein:
Een zeemanshart roept alleen om de wijde oceaan
En van beloften aan de wal, daar denkt een zeeman niet meer aan.
Och waarom gaan wij voorgoed van elkander
Blijf ik alleen in, het leven staan.

Ik maak jou, jongen geen verwijt
Maar zal je toch van tijd tot tijd.
Aan deze ogenblikken denken
Hoe of mijn hart van weemoed schreit.
Ik weet we zijn te ver gegaan
Maar och zo is nu ons bestaan
Het kort geluk gaat snel voorbij
En de ontgoog'ling heeft met ons geen medelij.

Refrein:
Och waarom gaan wij voorgoed van elkander
Jij weet niet hoe ik in stilte lijd.
Want in mijn leven komt nooit meer een ander
En ik blijf hier in mijn eenzaamheid

Refrein:
Een zeemanshart roept alleen om de wijde oceaan
En van beloften aan de wal, daar denkt een zeeman niet meer aan.
Och waarom gaan wij voorgoed van elkander
Blijf ik alleen in, het leven staan.

En snikkend aan de waterkant
Met droeve ogen, rood omrand.
Zag zij haar levensdroom verdwijnen
Voorgoed naar 't verre, vreemde land.
Zo brak het noodlot met een ruk
Haar mooi sprookje van geluk.
En starend in het grijs verschiet
Zong zij heel zacht tot hem haar droevig afscheidslied

Refrein:
Och waarom gaan wij voorgoed van elkander
Jij weet niet hoe ik in stilte lijd.
Want in mijn leven komt nooit meer een ander
En ik blijf hier in mijn eenzaamheid

Refrein:
Een zeemanshart roept alleen om de wijde oceaan
En van beloften aan de wal, daar denkt een zeeman niet meer aan.
Och waarom gaan wij voorgoed van elkander
Blijf ik alleen in, het leven staan.
Duizenden strepen, duizenden bomen
Ben in gedachten, ben aan het dromen
Je zit in mijn auto en voel me bevrijd
Daarin zit mijn leven, ik heb alle tijd.

Je zit zonder zorgen, nergens aan denken
Even maar stoppen om bij te tanken
Flitsende lampen, een motor die draait
Toch waarschuwt een haan in je hoofd die kraait.

Ik weet nu dat er een engelbewaarder bestaat
Je kunt haar niet zien als ze zachtjes tegen je praat
Ik weet nu ook dat zo’n engelbewaarder op je let
Ik kan het weten, ik ben er zelf eens door gered.
Refrein:

Tien kilometer, dan ben je weer thuis
Je ziet in de verte het dak van je huis
Je voelt dat je slaap hebt, toch rij je maar door
Een engelbewaarder die bijna verloor

En dan zie je bloemen, alles is wit
Het is toch je moeder, die naast je zit
Je kijkt in haar ogen en ziet dan een traan
Alsof ze wil zeggen: voorzichtig voortaan.

Ik weet nu dat er een engelbewaarder bestaat
Je kunt haar niet zien als ze zachtjes tegen je praat
Ik weet nu ook dat zo’n engelbewaarder op je let
Ik kan het weten, ik ben er zelf eens door gered.
Refrein:

Ik weet nu dat er een engelbewaarder bestaat
Je kunt haar niet zien als ze zachtjes tegen je praat
Ik weet nu ook dat zo’n engelbewaarder op je let
Ik kan het weten, ik ben er zelf eens door gered.
1x Couplet instrumentaal

Ik kan het weten, ik ben er zelf eens door gered.
Wij enterden jaren geleden
de prachtige bark “Santa Fee”
Bracht wijn van Malaga naar Zweden,
en ’t fijnste hout nam zij weer mee.
Toen moet er bij haar laatste tochtje
bij ’t pakhuis iets mis zijn gegaan.
Zij werd, per vergissing, wat docht je?
met twee honderd vat rum be-la-ha-ha-haan.

Refrein:
Toen dronken de piraten
de rum direct uit de vaten
de beste rum faldera, rum faldera, rum faldera,
de beste rum faldera, rum uit Jamaica ja-ja.

De bark kon de rum niet verdragen
het lag haar heel zwaar op de maag.
Begon toen te kreunen en klagen,
en zeilde verrekt slecht en traag
Zij stak steeds haar kop onder water,
en schudde haar kont en het roer.
De kap’ten zei bleekjes: “Nou gaat er
de bark naar haar ouwe moe-hoe-hoe hoer!”

Refrein:
Toen dronken de piraten
de rum direct uit de vaten
de beste rum faldera, rum faldera, rum faldera,
de beste rum faldera, rum uit Jamaica ja-ja.

De kap’tein zei: “Weg met die vaten,
en donder de rum maar in zee”.
De crew zei: “Dat zul je wel laten,
wij offeren ons op voor de “Fee”
Wij hebben de rum opgezopen,
piraten die zijn toch niet gek.
De bark zeilde weer veertien knopen,
en wij zeilden zwalkend aan de-he-he-hek.

Refrein:
Toen dronken de piraten
de rum direct uit de vaten
de beste rum faldera, rum faldera, rum faldera,
de beste rum faldera, rum uit Jamaica ja-ja.
Nogmaals........

Toen dronken de piraten
de rum direct uit de vaten
de beste rum faldera, rum faldera, rum faldera,
de beste rum faldera, rum uit Jamaica ja-ja.
einde
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
Refrein
Janmaat hou van zingen in een klein café,
Die herinneringen neemt hij mee naar zee!
Van een meisje en een lied, peinst hij in zijn kooi,
Aan het roer of op de bak, O wat was ze mooi!
A-hoy! A-hoy! Wat was dat meisje mooi!
A-hoy! A-hoy! Wat was dat meisje mooi!
A-Hoy

Chorus 1
We varen naar Oost en we varen naar West,
We trekken naar zonnige stranden,
En waar wordt gezongen bevalt ons het best,
Daar wil er de zeeman wel landen!

Na weken van water en lucht om je heen
Verlang je naar vrolijker dingen,
De lach van een meisje, een accordeon,
Waarbij je een liedje kunt zingen!
refrein

Refrein
Janmaat hou van zingen in een klein café,
Die herinneringen neemt hij mee naar zee!
Van een meisje en een lied, peinst hij in zijn kooi,
Aan het roer of op de bak, O wat was ze mooi!
A-hoy! A-hoy! Wat was dat meisje mooi!
A-hoy! A-hoy! Wat was dat meisje mooi!
Nog eens

Refrein
Janmaat hou van zingen in een klein café,
Die herinneringen neemt hij mee naar zee!
Van een meisje en een lied, peinst hij in zijn kooi,
Aan het roer of op de bak, O wat was ze mooi!
A-hoy! A-hoy! Wat was dat meisje mooi!
A-hoy! A-hoy! Wat was dat meisje mooi!
A-Hoy
Als rood als robijn de zon in de zee verzinkt
het lied uit verleden tijd in de verte klinkt
dat lied is gemaakt door iemand die ging aan boord
voor haar zong hij toen nog eenmaal een afscheidswoord

Huil maar niet als ik nooit meer terug zou komen
denk dan aan mij terug in al je dromen
en een witte duif vliegt dan ver over zee
brengt dan een laatste brief van mij met zich mee

La paloma ade, golven namen hem mee
zo is ‘t leven een nemen en geven zo is het leven op zee
La paloma ade, golven namen hem mee
zo is ‘t leven een nemen en geven zo is het leven op zee
Muzikaal intermezzo :

Zij weet iedere morgen vragen ver over zee
zijn woord la paloma kwam steeds maar niet meer mee
en een witte duif vloog toen ver over zee
toen zong ze zacht mijn liefste ade ade

La paloma ade, golven namen hem mee
zo is ‘t leven een nemen en geven zo is het leven op zee
La paloma ade, golven namen hem mee
zo is ‘t leven een nemen en geven zo is het leven op zee
Duizend mijlen hier vandaan
Ligt aan de zee een oude stad, hij is vergaan.
Alle mensen, alle dieren
Zijn gestorven door de kracht van een orkaan.
Alleen de wind en de zon
Waren getuigen hoe ’t begon
Het water raasde met grote kracht
De dag werd donker, het leek wel nacht

Refrein:
Alleen de vogels leven, zij waren op de vlucht
Toen de grond ging beven waren ze in de lucht.
Alleen de vissen leven, zij waren in de zee
’t Water heeft zijn vrienden en daar gebeurt niks mee.

Maar één kind is blijven leven
In die nacht van woeste golven en geweld.
’t Is nu een man met droeve ogen
Als hij het angstige verhaal aan mij vertelt.
Toch is de zee nog z’n vriend
Omdat hij zo zijn brood verdient.
Op het water met zijn kleine vangst
Vergeet hij even zijn grote angst

Refrein:
Alleen de vogels leven, zij waren op de vlucht
Toen de grond ging beven waren ze in de lucht.
Alleen de vissen leven, zij waren in de zee
’t Water heeft zijn vrienden en daar gebeurt niks mee.
Alleen de vissen leven, zij waren in de zee
’t Water heeft zijn vrienden en daar gebeurt niks mee.
Ein Seemann fährt auf großer Fahrt,
oft in die Welt so weit.
Doch kommt er mal die Elbe rauf,
dann ruft er hoch erfreut.

Refrein:
Drei Strich nach Steuerbord, da liegt Cuxhaven.
Drei Strich nach Steuerbord, bin ich zu Haus.
Drei Strich nach Steuerbord, die “Alte Liebe”
und jeder Seemann geht dort gerne ein und aus.
Drei Strich nach Steuerbord, und in den “Nagel”
Da kehrt so mancher Seemann gerne ein und aus

Couplet 2
Die Reise war ein langer Zieh,
Wir kommen von Hawaii.
Doch dann war endlich Land in Sicht
Wir riefen laut: AHOI !

Refrein:
Drei Strich nach Steuerbord, da liegt Cuxhaven.
Drei Strich nach Steuerbord, bin ich zu Haus.
Drei Strich nach Steuerbord, die “Alte Liebe”
und jeder Seemann geht dort gerne ein und aus.
Drei Strich nach Steuerbord, und in den “Nagel”
Da kehrt so mancher Seemann gerne ein und aus

Couplet  3
Und wenn wir einst nach großer Fahrt,
Zurück von hoher See
Dann gehen bei Cuxhaven
wir vor Anker in die Lee.

Refrein:
Drei Strich nach Steuerbord, da liegt Cuxhaven.
Drei Strich nach Steuerbord, bin ich zu Haus.
Drei Strich nach Steuerbord, die “Alte Liebe”
und jeder Seemann geht dort gerne ein und aus.
Drei Strich nach Steuerbord, und in den “Nagel”
Da kehrt so mancher Seemann gerne ein und aus
Ik denk nog vaak terug aan waar ik ben geboren,
Waar ‘k warmte, en de liefde,heb gekend.
Ben je dicht bij huis of in verre oorden,
Heimwee doet pijn, waar je ook bent

Refrein:
Dorp aan de rivier , ik draag je foto in mijn hart,
Ik zie jou kerk, m’n kroeg… de weg naar huis.
Weet dat ik van je hou, en dat ik je nooit vergeten zal,
Dorp aan de rivier jij bent mijn thuis.

Wil ik jou weer zien … sluit ik mijn ogen,
En zie de grote kerk… daar aan het plein.
Het shantykoor waarin ik heb gezongen,
ach zouden al die mensen… er nog zijn.

Refrein:
Dorp aan de rivier , ik draag je foto in mijn hart,
Ik zie jou kerk, m’n kroeg… de weg naar huis.
Weet dat ik van je hou, en dat ik je nooit vergeten zal,
Dorp aan de rivier jij bent mijn thuis.

instrumentaal
het refrein
Dorp aan de rivier , ik draag je foto in mijn hart,
Ik zie jou kerk, m’n kroeg… de weg naar huis.
Weet dat ik van je hou, en dat ik je nooit vergeten zal,
Dorp aan de rivier jij bent mijn thuis.

Refrein 2:
Dorp aan de rivier , ik draag je foto in mijn hart,
Ik zie jou kerk, m’n kroeg… de weg naar huis.
Weet dat ik van je hou, en dat ik je nooit vergeten zal,
(2x)Dorp aan de rivier jij bent mijn thuis.
Dorp aan de rivier jij- bent- mijn- thuis.
,-,-,-,-,-,-,-,-,-, Einde ,-,-,-,-,-,-,-,-,-
By LONELY PRISON WALL
I HEARD A YOUNG GIRL CALLING
MICHAEL, THEY  HAVE TAKEN YOU AWAY
FOR YOU STOLE TREVELYAN’S CORN
SO THE YOUNG MIGHT SEE THE MORN
NOW A PRISON SHIP LIES WAITING IN THE BAY

Refrein:
LOW LIE THE FIELDS OF ATHENRY
WHERE ONCE WE WATCHED THE SMALL FREE BIRDS FLY
OUR LOVE WAS ON THE WING
WE HAD DREAMS AND SONGS TO SING
IT’S SO LONELY ‘ROUND THE FIELDS OF ATHENRY

BY A LONELY PRISON WALL
I HEARD A YOUNG MAN CALLING
NOTHING MATTERS, MARY, WHEN YOU’RE FREE
AGAINST THE FAMINE AND THE CROWN
I REBELLED, THE CUT ME DOWN
NOW YOU MUST RAISE OUR CHILD WITH DIGNITY

Muzikaal Refrein:     koor meeneuriën
LOW LIE THE FIELDS OF ATHENRY
WHERE ONCE WE WATCHED THE SMALL FREE BIRDS FLY
OUR LOVE WAS ON THE WING
WE HAD DREAMS AND SONGS TO SING
IT’S SO LONELY ‘ROUND THE FIELDS OF ATHENRY

BY A LONELY HARBOR WALL
SHE WATCHED THE LAST STAR FALLING
AS THAT PRISON SHIP SAILED OUT AGAINST THE SKY
SURE SHE’LL WAIT AND HOPE AND PRAY
FOR HER LOVE IN BOTANY BAY
IT’S SO LONELY ROUND THE FIELDS OF ATHENRY

Refrein:
LOW LIE THE FIELDS OF ATHENRY
WHERE ONCE WE WATCHED THE SMALL
FREE BIRDS FLY
OUR LOVE WAS ON THE WING
WE HAD DREAMS AND SONGS TO SING
IT’S SO LO NELY ‘ROUND THE FIELDS OF ATHENRY ……
MUZIEK SLUIT AF…………………       -,-,-,-,- Einde -,-,-,

,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-
't Strand lag zo stil in de maanlichte pracht,
wonderlijk spel tussen avond en nacht.
Ziltzilv'ren lichtjes op diep donker zwart,
daar bij de strandpaal verloor ik m'n hart.
'k Zag je daar staan; turend over de zee,
de branding die ruiste, ik vroeg: ga je mee?

Refrein:
Oh m'n lief eilandkind,
'k weet 'n plekje voor twee,
in 't mooist van de duinen,
niet ver van de zee.
Daarom wou ik je vragen:
toe ga met me mee.

Maar  Zij keek me toen aan en ze schudde
haar hoofd,
ze zei: 'k heb m'n hart   aan 'n ander beloofd.
Ik hoor hier thuis bij de dam en de pier,
mijn wereld woelt tussen algen en wier.
Jammer dat jij   al die moeite weer nam,
Ik wacht op m'n visser, hier in Stellendam.

Refrein:
Oh m'n lief eilandkind,
'k weet 'n plekje voor twee,
in 't mooist van de duinen,
niet ver van de zee.
Daarom wou ik je vragen:
toe ga met me mee.

Zo daar langs het strand van het eiland Goeree,
varen de kotters nog altijd naar zee.
Als je er komt kijk dan eventjes rond,
'n vissersmeisje zo lief en zo blond,
wacht daar heel trouw op haar schipper en schuit.
Doe haar de groeten, mijn sprookje is uit.

Refrein:
Oh m'n lief eilandkind,
'k weet 'n plekje voor twee,
in 't mooist van de duinen,
niet ver van de zee.
Daarom wou ik je vragen:
toe ga met me mee.
En nogmaals………

Refrein:
Oh m'n lief eilandkind,
'k weet 'n plekje voor twee,
in 't mooist van de duinen,
niet ver van de zee.
Daarom wou ik je vragen:
toe ga met me mee.
Laatste regel vertragen
Het is het welbekende oeroude verhaal.
Dat ’n zeeman naar de zee gaat is normaal. Z’n vrouw zegt blijf toch veilig thuis, En  s’ avonds samen voor de buis.
Staat hij al klaar om weer naar zee te gaan.

Refrein.
Mooi- mooi- mooi zijn alle vrouwen
Maar zeelui zijn niet thuis te houden.
Ze willen steeds weer naar zee.
De vrouwen gaan dan niet mee.
Want wat moet je er mee.

Is’t  verlangen naar de grote oceaan.
Met z’n maten alle stormen te doorstaan.
Komen ze veilig weer aan land.
Dan gaan ze stevig aan de drank.
En zoeken leuke meisjes in de kroeg.

Refrein.
Mooi- mooi- mooi zijn alle vrouwen
Maar zeelui zijn niet thuis te houden.
Ze willen steeds weer naar zee.
De vrouwen gaan dan niet mee.
Want wat moet je er mee.

Als het varen later voor hem is gedaan,
Hij te oud wordt om het zeegat uit te gaan.
Dan blijft hij thuis bij vrouw en kind,
Wordt hij onrustig in de wind.
Herinneringen aan z’n zeemanstijd.

Refrein.
Mooi- mooi- mooi zijn alle vrouwen
Maar zeelui zijn niet thuis te houden.
Ze willen steeds weer naar zee.
De vrouwen gaan dan niet mee.
Want wat moet je er mee.
Intro:
Refrein:
Mijn Rotterdam, fijne stad aan de maas,
waar eens mijn wieg heeft gestaan.
Al word ik honderd en rijk als een sjeik,
nooit ga ik bij jou vandaan.

Waar vind je zo’n mooie ha--ven,
duizenden schepen die komen en gaan.
Waar staat m’n hart voor in vuur en in vlam,
dat is voor jou Rotterdam.

T’is voor vreemden niet te snappen,
waarom ik je niet verlaat.
Altijd is er wel een bouwput,
of een opgebroken straat.
En al staat op de Coolsingel,
weer zo’n hoog en kaal gebouw.
Toch blijf ik voor altijd zingen,
Rotterdam   ik hou van jou.

Refrein:
Mijn Rotterdam, fijne stad aan de maas,
waar eens mijn wieg heeft gestaan.
Al word ik honderd en rijk als een sjeik,
nooit ga ik bij jou vandaan.

Waar vind je zo’n mooie ha--ven,
duizenden schepen die komen en gaan.
Waar staat m’n hart voor in vuur en in vlam,
dat is voor jou Rotterdam.

Wil je eens een keer gaan stappen,
ken je nooit je auto kwijt.
Met de bus de tram de metro,
duurt het ook een lange tijd.
S’avonds tippelen de meiden,
bij het G.E.B. gebouw.
Toch blijf ik voor altijd zingen,
Rotterdam ik hou van jou.

Refrein:
Mijn Rotterdam, fijne stad aan de maas,
waar eens mijn wieg heeft gestaan.
Al word ik honderd en rijk als een sjeik,
nooit ga ik bij jou vandaan.

Waar vind je zo’n mooie ha--ven,
duizenden schepen die komen en gaan.
Waar staat m’n hart voor in vuur en in vlam,
dat is voor jou Rotterdam.
Vertragen…..
dat   is   voor   jou   Rotterd-a-m.
Heerlijk land van mijn dromen, ergens hier ver vandaan.

Waar ik zo graag wil komen, daar waar geen leed kan bestaan.

Droomland, droomland,…. Oh ik verlang steeds naar droomland.

Daar heerst steeds vree, dus ga met me mee.

Samen naar het heerlijk “Droomland”

‘k-ben daar zo vaak aan ‘t dwalen, ‘k-hoor net der vog’len ‘n lied.

‘t-is of ze mij verhalen, van al het schoons dat men ziet.

Droomland, droomland,…. Oh ik verlang steeds naar droomland.

Daar heerst steeds vree, dus ga met me mee.

Samen naar het heerlijk “Droomland”

Zwerver gij vindt daar vrede, zieke gij kent geen pij….n.

Daar wordt geen strijd gestreden, daar alle  broeders nog zijn.

Droomland, droomland,…. Oh ik verlang steeds naar droomland.

Daar heerst steeds vree, dus ga met me mee.

Samen naar het heerlijk “Droomland”

Daar vindt men JEUGD en VREUGD weer, kent men geen   a-arm en rijk.

Daar is geen zorg en smart meer, allen zijn wij daar gelijk.

Droomland, droomland,…. Oh ik verlang steeds naar droomland.

Daar heerst steeds vree, dus ga met me mee.

Samen naar het heerlijk “Droomland”

Daar heerst steeds vree, dus ga met me mee.

Samen –vertragen- naar het heerlijk “Droomland” EINDE.!!
1 Leise rieselt der Schnee still und
Star ruht der See.
Weihnachtlich glänzet der Wald, freue dich Christkind kommt bald.
2. In den Herzen ist’s warm, still schweigt
Kummer und Harm.
Sorge des Lebens verhalt, freue dich
Christkind kommt bald.

3. muziekaal  couplet
koor mee neuriën ……………
4. Bald ist Heilige Nacht, Chor der Engel erwacht.
Hört nur wie lieblich es schalt,
freue dich Christkind kommt bald.
,-,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,
Als je ver van huis mocht zijn
In Parijs of in Berlijn
Denk er dan vooral toch aan
Met de kerst naar huis te gaan
(
1 chorus

Als je ziet hoe moeder lacht
En de kerstboom op je wacht
Dan besef je meer dan ooit
Kerstfeest thuis dat vergeet je nooit

Refrein:
Het mooiste kerstfeest vier je toch alleen
In je ouder huis, bij je moeder thuis
Het mooiste kerstfeest dat weet iedereen
Vier je thuis bij je moeder, vier je bij moeder alleen

2                                                  .
Ach hoe heerlijk is het thuis
Met zo’n kerstboom in het huis
En een moeder die blij lacht
Omdat jij aan haar nog dacht

Als de kaarsjes branden gaan
En zij snijdt de kerstkrans aan
Dan besef je meer dan ooit
Kerstfeest thuis dat vergeet je nooit
Refrein:

Refrein:
Het mooiste kerstfeest vier je toch alleen
In je ouder huis, bij je moeder thuis
Het mooiste kerstfeest dat weet iedereen
Vier je thuis bij je moeder, vier je bij moeder alleen
en nog eens
……

muziek Refrein:
La, la la la la la la la la la
la la la la la.  la la la.
Het mooiste kerstfeest dat weet iedereen
Vier je thuis bij je moeder, vier je bij
moeder  alleen…
(Intro: Kerstmis op zee het is nooit zoals thuis)
Refrein:                                                             .
Kerstmis op zee
Het ruisen van de golven
Kerstmis op zee
Vaak mijlenver van huis

Kerstmis op zee
Terwijl de sterren flonk’ren
Kerstmis op zee
Het is nooit zoals thuis
(Muziek : het is nooit zoals thuis)

chorus
Een kerstboom van plastic
Staat in de kajuit
Met kleurige ballen eraan
Een klein beetje sfeer
Dat doet denken aan thuis

Geen zeeman ontkomt daar
ooit aan↓
De kok maakt wat lekkers
Daar doe j’et dan mee ↑
En zo viert een zeeman z’n
kerstfeest op zee. ↑

Refrein:                                                             .
Kerstmis op zee
Het ruisen van de golven
Kerstmis op zee
Vaak mijlenver van huis

Kerstmis op zee
Terwijl de sterren flonk’ren
Kerstmis op zee
Het is nooit zoals thuis
(Muziek : het is nooit zoals thuis)

chorus
Want zonder een vrouw
Zonder kind op de schuit
Alleen maar met kerels aan boord
Dan mis je toch even dat
kindergeluid

Wanneer je een kerstliedje hoort↓
Die tedere snuitjes
Dat kribbetje klein ↑
Want zo hoort een kerstfeest
toch echt wel te zijn ↑
Refrein:

Refrein:                                                             .
Kerstmis op zee
Het ruisen van de golven
Kerstmis op zee
Vaak mijlenver van huis

Kerstmis op zee
Terwijl de sterren flonk’ren
Kerstmis op zee
Het is nooit zoals thuis
(vervolg)
Kerstmis op zee
Het is nooit zoals thuis
Stille nacht, heilige nacht
David’s zoon, lang verwacht
Die miljoenen eens zaligen zal
Wordt geboren in Bethlehem’s stal
Hij der schepselen Heer
Hij der schepselen Heer

Hulploos kind, heilig kind
Dat zo trouw zondaars mint
Ook voor mij hebt ge u rijkdom ontzegd
Wordt ge op stro en in doeken gelegd
Leer me u danken daarvoor
Leer me u danken daarvoor

Stille Nacht, Heilige Nacht,
Vrede en heil wordt gebracht,
Aan een wereld, verloren in schuld.
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen! Gode zij eer
Amen! Gode zij eer.
,-,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-
1  Jingle bells, jingle bells Jingle all the way
Oh, what fun it is to ride In a one horse
open sleigh
Hey, jingle bells, jingle bells Jingle all the way
Oh, what fun it is to ride In a one horse
open sleigh
chorus

In opa’s oude schuur daar staat een arreslee,
en als het ‘s winters sneeuwt, gaan wij weer
met hem mee.
We glijden door de sneeuw. Het paard
loopt in galop.
Wij knusjes achterin de slee,
en opa zit voorop.

2  Jingle bells, jingle bells  Jingle all the way
Oh, what fun it is to ride In a one horse
open sleigh
Hey, jingle bells, jingle bells Jingle all the way
Oh, what fun it is to ride In a one horse
open sleigh

3  Jingle bells, jingle bells in de arreslee.
Je hoort de belletjes van ver,
en wij zingen mee.
Jingle bells, jingle bells niets is er zo fijn,
dan als het sneeuwt met opa
in de arreslee te zijn.
.                            Nog een keer !

4  Hey, jingle bells, jingle bells
Jingle all the way
Oh, what fun it is to ride
In a one horse open sleigh   vertragen
,-,-,-,-,-,-,-,-,-,- Einde -,-,-,-,-,-,-,-,-

De mannen van Landvast

Smoelenboek

De mannen, de muziek en de zwaaibaas die samen Shantykoor Landvast vormen. Klik op een portret voor een vergroting.

Samengesteld door de Foto Vereniging Alblasserdam. Heeft u een bijgewerkte foto? Stuur hem op →

Shantykoor Landvast - groepsfoto

Fotografie & vormgeving: Fotoclub Molenwaard

Meedoen & Bereikbaarheid

Lid worden & Contact

Word lid

Ben jij een man met liefde voor zang en de zee? Dan ben jij welkom bij Landvast! We zoeken altijd nieuwe stemmen — enthousiasme is genoeg, zangervaring is niet vereist.

🎵

Tweewekelijkse repetities

Elke twee weken vrijdag 10:00–12:00, Cultureel Centrum Landvast

🚢

Optredens door de regio

Van Rotterdam tot Ridderkerk — meer dan 15 optredens per jaar

🤝

Hechte gemeenschap

Vriendschappen voor het leven, meer dan zingen

Eigen kostuum · €10/maand

Uniform verzorgd, geen zangervaring vereist

Direct aanmelden of contact

Bel of stuur een appje. We nemen contact op om kennis te maken en af te spreken.

📞 06 161 515 75 — Ton van Veenhuyzen 📞 06 421 217 20 — Arie Valk

E-mail

Locatie & Repetities

Cultureel Centrum Landvast, Alblasserdam

Elke twee weken op vrijdag, 10:00–12:00 uur

U kunt ook gewoon langskomen bij de repetitie — altijd welkom!